Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zaken-gepeins, de hooge dagen der Joodsche feesten zijn en blijven aan de vreugde gewijd. Zóó was 't ook nu ....

Zon was, in betrokken lucht, al haast ondergegaan. Fijne damp kwam zwevend hangen over de landen, waarop de deur van 't kamertje achter den winkel gaf. Stug verborgen achter de duistere massa van de boomen errondom lagen de enkele boerenhuizen. Vaag in den mist was 't broze silhouet van een mosterdmolentje en hier en daar in de verte glimmerde nog in bleek licht een plas, van pluimig riet bewuifd ....

Zóó zag Joop het, terwijl hij armgekruist stond in de deur en rondom heen naar buiten uitstaarde. Maar z'n moeder, met haar weeke stem en zacht gebaar, kwam achter hem en zei, vlei-vragend:

«Kom je in huis nou, Joop, en doe je de deur dicht? 't Is zoo kil buiten. Zóó gaat Jomtof in. Ik steek de lamp op en je vader komt daar dadelijk. Laten we van avond simge hebben en niet prakkezeeren. .. .»

Joop keerde zich om en sloot de deur. De kilte van buiten was nu afgesneden en de damplanden met de rietpiassen en het traag-treurig wiekende molentje schenen weg en tot een vreemde wereld te behooren.

Want de helder-brandende lamp, die moeder ontstak, liet de innige feestvreugde zien op haar gezicht, zoo opgeklaard en uit de zorgplooien, als 'n Joodsch moedertje dat hebben kan op een feestavond. Zóó, met kleine blijdschapsuitingen, maar heel intiem, even voelbaar

Sluiten