Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Mag jij nou over verkoopen praten.... God hêt altijd geholpen, God zal wèer helpen ... .»

Buiten klonk nu geluid van aankomende stappen en tegelijk in den winkel voetgestommel van de kinderen daar, met geweld van omrollende doozen en neerkletterende knoopen. Een enkele tolde op z'n kant over den houten winkelvloer, viel eindelijk, met een dof klikje, ergens in een hoek neer.

Buiten was Brams frissche stem, gedempt wat in dampige lucht, en de deur ging open, — waar 't nu donkere land dood en kil achter lag.

« Daar waren we, » vroolijk luid riep Bram, « wat

is 't hier leuk de tafel al gedekt.... peren en

noten . .. .» En schalksch-nieuwsgierig tegen z'n moeder .... « wat eten we ? »

Schertsend-weg duwde ze 'm bij z'n schouder, terwijl antwoordend, geheimzinnig lacherig en met denzelfden weeken stemklank van straks tegen Joop: « Zul je wel zien .. . .»

De kleintjes waren nu ook binnengekomen, en in de gauwigheid, terwijl vader jas en hoed in de winkel bracht, deed Moeder Saar een stijf-gestreken wit schort voor, met opwippende schoudertjes als kleine vleugels, dat haar appelblozend snoetje verfeestelijkte. Coquet streek ze zelf met de dunne, nerveuze handjes rap bewegend, door het dikke in lamplicht als bruin-gouden haar. Vader wreef zich , luidruchtig-feestelijk, de handen. Z'n vertobd en verweerd, maar nog fijn rabbijnenge-

Sluiten