Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de pijpen steunloos schenen te zweven. Voor de toonbank stond een vreemd-uitziende man, die gretig z'n gezicht het licht toegewend hield.

De vader, na even wantrouwig toeven op den drempel, deed snel een paar stappen vooruit en zonder uiterlijk blijk van verrassing, stak hij de hand uit en zei eenvoudig:

«Sjoloum Aleigem.»

En de vreemdeling antwoordde :

«Aleigem Sjoloum.»

Met hoffelijk-gastvrij handgebaar wees daarop de vader den vreemdeling de deur, van waarachter het licht kwam, en liet hem voorgaan, naar binnen ....

De gezichten, nu in uiterste spanning, van moeder en de kinderen zag de binnenkomende naar zich toegekeerd , maar die spanning bedaarde, en rustig werden de trekken.

De moeder stond op en ernstig zei de vader:

«Een zwervende Jehoedi, die Jomtof-avond komt meevieren.»

Moe-hijgend knikte de vreemdeling, 't Was een oude man, lang en wat gebogen. Vuile, mistklamme kaftan, waaraan modderklodders kleefden, slobberde hem tot onder aan de beenen, en de voeten, in plompe, dikbeslijkte laarzen, staken daaruit.

Op het grijze gekrul van z'n haar, omhoog geduwd door proppige, vuilwitte halsdoek, stond een verkaalde Russische muts, die de haren boven 't voorhoofd bloot-

Sluiten