Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Maar, meneèr, vertelt u nu eens wat van Rusland . .. . »

Glimlachend keek de Jood in 't opgewonden-frissche gezichtje met de wijd-open, vochtige oogen. Hij verstond niet wat ze zei, hoorde alleen den klank van de woorden. Maar onder 't haar-aankijken vertroebelde z'n blik, vertrok z'n gezicht in vreemd-nerveuze sidderingen en strak hield hij de oogen op 't kind, dat onrustig

begon te worden. Z'n mond moeilijk prevelde : « m'n

kindje , mijn meisje . . . .»

Zweet parelde op z'n voorhoofd en in de drukkende stilte aanhoudend mompelden de lippen. Als in benauwdheid bewogen zich de vingers met rillerige bewegingen door den langen baard en Saartje, opgewonden al, liep naar haar moeder, uitbarstend in zenuwachtig gesnik.

Vreemd-opziend, plotseling bedaarde de Jood. Z'n gezicht rustigde en verontschuldigend zei hij tegen vader:

«'n Mooie Jomtof-avond, die ik u daar bezorg. Dat 's mijn bezoeking. Nergens kan ik komen, waar kinderen zijn of ik verbeeld me, dat ze 't gezicht hebben van mijn dochtertje.»

« Had-u een dochtertje ?»

«Ja,» diep-langzaam knikte de Jood, «dat had ik. 'k Heb meer kinderen, maar niet bij me. Dat ga 'k u vertellen, 't Is niet de eerste maal,» triestig glimlachte hij naar de moeder, « dat 'k 't vertel en 't zal ook niet

Sluiten