Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in mekaar zouwen trappen, als hij er die Joden-pan niet uitdonderde ... . « Geen Joden op 't dorp » hadden ze geschreeuwd ....

Zachter van toon, meelijden voelend met de menschen, die 'm kommerlijk en verwezen zaten aan te kijken, deed hij gemoedelijk een beroep op hun eigen voelen :

«Ja, zeg nou zelf, wat kan ik er tegen? Ik zit hier in m'n bakkerij en de boel gaat goed .... dat 's te

zeggen ik kan tevreden zijn Jij » — even lachend

naar vader, «wordt hier toch niet rijk. De wereld is groot genoeg, man .... Nou, kort en goed, 'k zeg je de huur op tegen November. Tot zoolang zullen ze je wel met rust laten. Je weet 't nou, hè . . .. ?»

Zoekend naar meer woorden, antwoord wachtend, dat niet kwam, stond hij nog even. Maar al die stomme, strakke gezichten om de witgedekte tafel maakten 'm kriegel en met een korten mompel liep hij snel de deur uit, die hij vergat achter zich te sluiten.

Kille wind, van de rietpiassen, vèr.... drong nattig binnen ....

III.

Den volgenden morgen, vroeg, kwam Güntzel alweer aanzetten. Als met z'n houding verlegen, bleef hij in de deur staan, vóór binnen te komen. Niemand lette zoo gauw op hem. Midden in de kamer stond de oude

Sluiten