Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steken in 't huishouden. Doch lange uren zaten de kinderen ook spelend onder de donkere toonbank, of pias-knoeiden op t erfje met water.

Zorgzaam werd ingepakt. De jongenspakjes, handig gevouwen, gingen in groote kartonnen doozen, en de rood-zijden zakdoeken streek moeder voorzichtig uit tusschen twee vochtige doeken; dan werden ze gepakt in platte, glimmend-witte doosjes.

Zoo lag al gauw kil-kniezig het planke-winkeltje, met het uitstalkastje van dof, muf grijs, alles gelig bezeefd van licht door neergelaten gordijn.

Zóó de dingen, haakten ze allemaal naar den dag van weggaan, 't Loom gekriel achter 't doode gordijn maakte moe en verslapte. Iedere verandering zou verluchten.

Güntzel wilde twee handkarren leenen. Ze mochten die aan 't station laten staan. Blij, dat ze zoo gauw weggingen, veel gauwer dan hij gedacht had, ook wel meelijden voelend met de stakkers, die eigenlijk nergens honk hadden, beloofde hij 't gulweg, op de eerste vraag.

«Aan hèm had 't niet gelegen,» beweerde hij nogeens, nadrukkelijk, «aan hèm waarachtig niet.. . .» en dat zou hij ze laten zien. Twee beste, ruime karren mochten ze hebben en voor 't terugbrengen hoefden ze niet te zorgen. Hij kreeg ze dan wel weerom, kon

hij 't mooier met ze maken?

Avond voor de verhuizing haalde Joop de karren, bracht meteen de huissleutel terug. Heel vroeg 's mor-

Sluiten