Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder ruggemerg." Stel je voor: gezwets met ruggemerg! Maar 't is weer een der lievelingswoordjes van Heijermans. Moet vanzelf Eleazar er zich dan niet den mond mee spoelen, ook al zegt hij meditatief z.g. „eigen bestaan" ? Dan die ongelukkige pagina over Dostojewski's Schuld en Boete, dwars er door heen, allemaal plaats wegvretend mèt de beschrijvingen, van de dingen die er hadden moeten staan over het groote menschleven. Dat eeuwige gemediteer, dat individualistisch gemijmer maakt ons, in een boek, dat massieve epiek wilde geven, doodziek, wee, ellendig wee.

Wat hebben we aan den goedkoopen, den duldeloos lyrisch-abrupten Heijermans midden in dkt verhaal? Pagina 161 weer: „De natuur had in alles geleding" .... Goed, goed Heijermans, maar geef óns de menschen, in je verhaal even aangeraakt, als schimmen pas voor óns oplevend. „De gods-idee in alles een schakel." Kranig, kerel! filosoof, groote, geweldige levensbreede

natuurvoeler, machtige naturalist maar de

menschen... je zoudt groot episch werk gaan

geven denk aan uw opzet..., „Met ruwheid

en onverstand worden wortelen vertrapt." Goed, maar Eleazar, zijn ziel, zijn volksziel, zijn proletarisch eigen dwarse denken! „De schoone taak was

Sluiten