Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*

Streuvels was gekomen, en de weigeuren en 't klaverzoet proefde je op de heete tong. Je proefde alles; 't zoete gras, de veldbloemen, de grondgeuren en de aarde-sappen, en overal om je heen koelde je de ochtend- en avondwind tegen, of snikte je mee onder de moordende zomerzon op de smachtende akkers.

Hij maalde in kleurenpracht, met stouten glans 't zonsondergangsland en 't nalicht, als de avond aansluipt, de akkerzang versterft en de deemster ronddoolt.

Hij maalde 't land met z'n parelende uchtenden als 't tot den einder vol bruiste van werkersgerucht.

Hij sprkk niet van boerenkarren, maar hun landelijke dreun ging levend door z'n rhytmische zinnen, sterk en schokkerend als door de scheemrende avondgouwen.

Er was 'n wemeling van menschen, meidekes en knapen, 'n wemel van frischheid, bruisend leven en gloeiende spontaniteit.

Het was ook wel in zinnen herschapen, in taalklank vastgezongen en in tafreelen-rijkdom verdramatiseerde en verhumoriseerde literatuur, maar literatuur zóó dadelijk tot de levensbron zelf gebracht, zonder intellektueele verfijning, broze verzenuwing van individueele emoties en

Sluiten