Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meester, d&t hoekje toch oprechtelijk doorleeft.

Zomerlief zet in, met een zeer goede beschrijving van zomerstorm. Hoor den eersten regel:

«Al op eenen nacht werd de geweldige wind geboren.»

Dat is van een bijbelsche pracht, breedheid en epischen eenvoud.

Heel jammer dat de beschrijving daarop volgend veel te lang is, vol echolaïe, te zwaar en log impressionisme.

Telkens en telkens wordt z'n werking herhaald. Na al heel veel van den wind gehoord te hebben is b.v. deze echolaïe:

„Met bolle rukken spetterde en floot en siste 't nu holderdebolder (siste 't holderdebolder ? Q.) in fijne snoeren gedeeld, gebroken, verwarreld, ontredderd, (bijna gelijknamige dingen, Q.) in gekoppeld kluwen uiteen al de vier gewesten!".... verbijsterend.

En zoo gaat 't zes pagina's voort, hortend van beeld, soms heel mooi, soms heel leelijk.

Ook de kermisbeschrijving in Zomerlief is zwak. Er zit geen samenvatting en hoogere epische groepeering in 't geschetste. Je ziet de dingen niet tegelijkertijd, maar achtereenvolgens. Dat is 'n groot gebrek.

De groote gave van den epikus is juist om

Sluiten