Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is ook als 't fijne schikken en kiezen van een schilder, die uit de groote, onegale wereld van tinten en kleuren, schaduwen en lichtfelheden, 'n stilleven bijeen groepeert om één toonharmonie, zelf voor achtergrond zorgt, en al het omringende, achter en om z'n project van licht en schaduw verbreekt en afsluit.

Wat 'n schilder kan doen met niet-levende voorwerpen, vermag geen schrijver met lévende menschen.

We voelen den hartklop van 't algemeen-menschelijke niet in dit boek. Er gaat geen gejubel en geschrei door heen, en de verscheidenheid der aandoening draait om één spil: het minneleven en dit met de houppe van Watteau bedonsd. De wereld van smart is er klein en onmenschelijk zelfzuchtig-individualistisch. De wereld der vreugd is er slap als de liedjes van vage charme en erg opgedrongen naïveteit.

Natuurlijk heeft de kleurige taal van Streuvels bekoring gegeven aan menig uit eigen aard zeer onbeduidend gedeelte.

Voor ons valt het diepere hunner tragiek en vroolijkheid weg, door de oppervlakkige uitbeelding.

In het meest provinciaalsche leventje is nóg, met 'n stoot en 'n schok, de ader van het algemeen-menschelijke open te leggen. Maar in deze

Sluiten