Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moet men hier in zien een algemeen beeldend vermogen van nederigen en naieven, of een verdraaien van hun simpele innigheid en eenvoudsuiting tot 't plan van verliterairden dialoog? Heeft hij 't recht eigen gevoelens en plastiek ook in den dialoog van z'n schepsels over te brengen? Dit zou n afzonderlijke bespreking eischen, ook in verband met Teirlinck's uitgesproken meening in Groot-Nederland van onlangs. In ieder geval lijkt mij de literaire beeldrijkheid, — wat heel iets anders is dan de vaak onbewuste, — in een ongeletterde boerenmassa, 'n groot gevaar voor het geschetste milieu en zijn realistische atmosfeer, als tegenstelling en als eenheidsverstoring.

Tot slot nog iets over de beschrijvingen, die op vele plaatsen zeer mooi zijn. De zangerige ruzie tusschen de twee zwarte merels in 't begin van Wonnegaarde is prachtig (pag. 199, tweede deel).

Hier wordt niet alleen gegeven iets van het zangrijke vogelkesleven als waarneming, maar de aandoening verinnigt en verheft de observatie tot een heel dichterlijk-reëel natuurtafereeltje. — En zoo is er veel moois in andere brokken beschrijving.

Mag Minnehandel geen boek zijn van groote kunst, en ook niet gegeven hebben een hoogere

Sluiten