Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zachte kleurtjes als 'n slap aquarelletje. De elegie zong, de dramatiek neuriede en de psychologie kreeg 'n smak-dot in den mond. Of 't werd plots 'n Bethlehemsch bloedbad, 'n gruwelkamer, 'n draak- en spookstreek.

Men kreeg er genoeg van. De groote werkers, in de schilderkunst al heel vroeg de bijbelsch-realistische Millet, de ontzaglijke en innige voeler van den zwoeg, gingen nu zelf naar het land, drongen dóór in het karakter der boeren. Ze bestudeerden daar het leven. Zij vingen de echte landgeuren in hun longen op. Zij zwelgden van genot bij 't zien der brandende luchtkasteelen tegen den avond, bij zonsondergang; zij ademden op de omploegde akkers. Zij zagen het gloeiende zweet der geweldige zwoegers vallen in de zon-geschroeide aarde, en heel den hemel door, hoorden zij het groote gerucht der winden, en heel den horizont langs zagen zij het epos van den monumentalen landarbeid.

Hun eigen dramatische konceptie, de konceptie van den oorspronkelijken kunstenaar, groepeerde daar 't leven, tot schoonheid omgewerkt in zijn arbeid.

Dit juist is een punt dat bij de leeken groote verwarringen brengt. Men stelt het n.1. gaarne voor, de z.g. idealisten inzonderheid, alsof de

Sluiten