Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woon" ook, staat onder het geheime licht van zijn zieleleven. De profeet en de kunstenaar, ze staan bóven den tijd, waar ze schéppend zijn. Het hoogste leven kristallizeert zich in den grooten schepper, dringt hem op het plan der eeuwen als dé eeuwig-blijvende heraut met een gouden bazuin aan den plötsdan zingenden mond. Juist wijl hij zich deze goddelijke kracht bewust is, moet hij de nederige dingen der aarde, in het „gewone leven" doordringen. Er wordt door de meeste schrijvers nog te weinig „gezien" naar dat „gewone" leven en veel te weinig studie van de dingen gemaakt.

Hoe wordt b. v. in de meeste boeken omgesprongen met landschapsbeschrijving ? De meesten gaan uit van de idee, dat zoo iets wel uit de herinnering bijelkaargeprutst kan worden. Wat kleurtjes en geurtjes en klaar is het. Je doét maar alsof je 't kent.

Een werkelijk groot schrijver is echter een innigbestudeerder van alle koloristische en atmosferische schoonheid der aarde.

Een landschap, een stadsleven, in al hun lichteffecten beschrijven, eischt enorme vóór-studie.

Men versta mij wel. Géén studie van het hoofd, geen cerebraal bekijken, maar goddelijke, van ontroerde ziening doortrilde studie van de ziel.

Sluiten