Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De samenstelling van het leger.

Het leger is samengesteld uit negen regimenten infanterie, waaronder het regiment grenadiers en jagers; drie regimenten huzaren, drie regimenten veldartillerie, een corps rijdende artillerie, een corps pontonniers, vier regimenten vestingartillerie, een corps torpedisten en een instructie-compagnie en ten slotte een corps genietroepen.

Opleiding.

Voor den officiersrang bij infanterie, cavallerie, artillerie en genie, geschiedt de opleiding aan de koninklijke militaire akademie te Breda, voor de infanterie en de militaire administratie aan den hoofdcursus te Kampen.

Aan de cadettenschool te Alkmaar wordt voorbereidend onderwijs gegeven om te Breda te worden toegelaten.

Verder is er een hoogere krijgsschool te 's Gravenhage tot hoogere vorming van officieren.

De landweer.

De eerst voor korten tijd wettelijk ingestelde landweer, bestemd om langzamerhand de schutterijen te vervangen, is bestemd om in den oorlog op te treden als bewakingstroep, tot versterking van de bezettingstroepen en desnoods tot steun van het veldleger.

De ingelijfden bij de militie te land gaan op den dag dat hun dienst eindigt naar de landweer over, uitgezonderd de torpedisten, de bereden manschappen en zij die van den werkelijken dienst zijn ontheven.

De volledig geoefenden worden ingedeeld bij de landweerafdeelingen, de kort geoefenden gebezigd voor de oprichting van landweerdepóts, welke laatste bestemd zijn om de landweerafdeelingen aan te vullen.

De diensttijd bij de landweer duurt zeven jaren. In dien tijd moeten zij die tot de landweertroepen behooren, in het algemeen tweemaal, telkens voor den tijd van hoogstens zes dagen, ter oefening onder de wapens worden geroepen.

Sluiten