Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elke vijf jaren heeft een aanslag plaats en wel van een geheel dorp of dessa gelijk, waarna de verdeeling over eiken belastingschuldige plaats heeft, terwijl de dorpshoofden en inlandsche ambtenaren, tegen vergoeding met de inning der rente zijn belast.

Deze belasting wordt geheven op het grootste gedeelte van Java en op Madura.

Het cultuurstelsel.

Vele jaren lang is Java het middel geweest om aan Nederland groote geldelijke voordeelen te verschaffen, en wel door van de bevolking zwaren arbeid te eischen, ten einde daardoor op groote schaal producten te verkrijgen, die dan tegen den minst mogelijken prijs aan het gouvernement moesten worden afgestaan. Dit was vooral het geval, toen de geldelijke gevolgen van de onlusten in Kelgië zich deden gevoelen en in Nederland een ware geldnood lieerschte.

Door de toepassing van dit zoogenaamde cultuurstelsel werd de inlandsche bevolking verplicht om op hare gronden verschillende producten aan te kweeken, behalve nog het telen op groote schaal van de koffie in de gouvernementstuinen.

Alleen voor Nederland was dit stelsel finantiëel voordeelig, maar de ruime baten, die uit Indië toevloeiden werden in het geheel niet ten bate der kolonie aangewend, en daar de bevolking geene genoegzame gronden voor zich zelve overhield en niet in staat was die behoorlijk te bebouwen, terwijl de arbeid ten behoeve der regeering verricht, hare krachten te boven ging en slecht werd betaald, moest zij veel lijden en verarmen, terwijl de bodem zelf door dé overdreven cultuur werd uitgeput.

Langzamerhand zijn de cultures opgeheven, behalve die van de suiker, welke bleef voortbestaan, docli wat deze betreft wordt niet meer door het gouvernement beschikt over de gronden welke door de inlanders voor eigen gebruik in ontginning zijn gebracht, zoodat alleen is overgebleven de arbeid in de koffietuinen, welke niet tot het eigenlijke cultuurstelsel gerekend werd.

De koffie.

Deze wordt voor het meerendeel door de schepen der Nederlandsche handelmaatschappij, die deswege met ons gouvernement een con-

Sluiten