Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarom alleen hulp mag verleenen, wanneer van andere zijde geen onderstand te verkrijgen is, omdat de armoede, welke niet gelenigd wordt, een gevaar oplevert voor den staat.

Domicilie van onderstand

De wet regelt het burgerlijk armbestuur in de gemeenten en wijst het armbestuur aan, dat onderstand kan verleenen, wanneer die niet van kerkelijke of particuliere instellingen kan worden verkregen.

Voormaals werd de geboorteplaats aangewezen als domicilie van onderstand, waardoor een ondragelijke last werd gelegd op de schouders der kleinere gemeenten; want tallooze lieden togen naar de groote steden en werden daar armlastig en dan kon de gemeente, die de geboorteplaats van den armlastige was, de kosten restitueeren.

Later is men hierin verandering gaan brengen en thans is het domicilie van onderstand de plaats van het werkelijk verblijf, waar de arme zich dus bevindt op het oogenblik dat hij armlastig wordt.

Instellingen van weldadigheid

De wet onderscheidt vier soorten van instellingen:

1. Instellingen van den staat, de provincie of de gemeente;

2. kerkelijke instellingen;

3. instellingen door bijzondere personen of vereenigingen geregeld en bestuurd;

4. gemengde instellingen, geregeld of bestuurd gedeeltelijk door de burgerlijke overheid en gedeeltelijk door een kerkelijke gemeente of door bijzondere personen of vereenigingen.

Toestand van het armwezen.

Jaarlijks doet de regeering van den toestand van het armwezen van hare werkzaamheden daarop betrekkelijk een verslag aan de staten-generaal.

Om de regeering daartoe in staat te stellen moeten alle besturen van weldadige instellingen de noodige opgaven doen aan den minister van binnenlandsche zaken.

Sluiten