Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden staande gehouden, betalen zij hun meer dan zonder beschermende rechten het geval zou wezen.

Er wordt evenwel beweerd dat de landbouwer en de fabrikant

recht hebben op bescherming,

omdat hun welvaart met die van het geheele land verband houdt en de regeering verplicht is voor de binnenlandsche welvaart te zorgen.

Dit wordt wederlegd door de volgende opmerkingen:

Gesteld dat de graanrechten worden ingevoerd en het recht op bescherming van den landbouw erkend wordt, dan komen terstond eenige nijverheidsmannen, wier industriëele ondernemingen in niet al te gunstigen toestand verkeeren en wien door de buitenlandsche nijverheid eene geduchte concurrentie wordt aangedaan.

Deze vragen ook bescherming en zij staan al dadelijk op een beter terrein en beweren met recht dat hun niet onthouden mag worden wat aan anderen is gegeven.

Hieruit volgt echter dat men, eenmaal den weg van den vrijen handel verlaten hebbende,

Het beschermend stelsel steeds mear moet uitbreiden.

Terwijl dien ten gevolge eerst het brood in prijs zou stijgen, zouden vervolgens alle waren en beschermde artikelen duurder worden. Ook zij die beschermd zijn, hebben die duurdere artikelen noodig en betalen dus aan anderen een deel van het bekomen voordeel terug.

Het eind is, dat alles bescherming eischt wat er slechts eenigszins vatbaar voor is en dus kunstmatig de meeste artikelen duurder zijn gemaakt, zonder dat men nu zeggen kan wie van de beschermden nog wezenlijk voordeel geniet en in hoeverre.

Men leidt hieruit af

dat alle protectie ten slotte zichzelf vernietigt

en haar doel vervalt, want het voordeel dat de Staat geniet, hoe belangrijk het ook zijn moge, is nimmer doel geweest en bovendien,

Sluiten