Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

invoerrechten hebben dikwijls di.t met accijnzen gemeen, dat zij het meest drukken op hen die het minst betalen kunnen.

Er is nog een ander bezwaar tegen de bescherming. Men heeft namelijk opgemerkt, dat een beschermde industrie op die bescherming blijft teren en niet met den tijd meegaat. Men behoeft zich minder in te spannen; men blijft achter en verzuimt de noodige verbeteringen aan te brengen, terwijl de vrijhandelaar, aan zijn lot overgelaten, energie toont en gretig elke gelegenheid tot verbetering aanvat.

Tot heden kan Nederland onder de landen gerekend worden die het beginsel van den vrijen handel huldigen, want het tarief van invoerrechten is niet drukkend en omvat niet de voornaamste handelsartikelen.

Niettegenstaande deze waarheid leert de statistiek, dat ons land een tiende van den totalen handel van Europa omvat en de handelsomzet per hoofd der bevolking belangrijk hooger is dan in de ons omringende Staten.

De zoogenaamde handelspolitiek.

De vrije handel heeft in Nederland altijd min of meer gebloeid. Hoewel er vroeger in- en uitvoerrechten bestonden, schijnt alleen de lakenindustrie in de achttiende eeuw beschermd te zijn geweest.

Na 1725 is dat echter veranderd en na dat Nederland en België vereenigd waren werd het tarief van invoer verzwaard. Ook werden toen graanrechten ingevoerd.

Maar spoedig is dat veranderd en in 1862 is zelfs een zeer mild tarief ingevoerd. De rechten bij invoer werden gesteld op 5van fabrikaten en op 3°/(, van half-fabrikaten. Grondstoffen werden ten deele vrijgesteld, ten deele belast met een recht van 1%. Later zijn weer verschillende artikelen vrijgesteld, waaronder granen, ijzer, hout, andere grondstoffen, alsmede verschillende gereedschappen en andere hulpmiddelen der nijverheid.

Sedert dien tijd (1877) worden geene invoerrechten meer geheven.

Sluiten