Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het enkele feit dat het goud en het zilver nooit in dezelfde verhouding in waarde rijzen of dalen, is op zich zelf overigens voldoende om te verklaren waarom er voor den enkelen standaard altijd meer te zeggen is dan voor den dubbelen; want indien er eene wanverhouding is ontstaan in de onderlinge waarde der metalen, dan bestaat er altijd gevaar voor een nadeeligen invloed op sommige maatschappelijke toestanden.

Intusschen zal ieder land met zijne eigene en eigenaardige toe. standen rekening hebben te houden.

Hoe men de zaak in Nederland zou kunnen regelen.

Het aannemen van den enkelen zilveren standaard heeft in een land met een tamelijk uitgebreid handelsverkeer altijd nog dit bezwaar, dat het vervaardigen van muntstukken van een groot bedrag zeer lastig is.

Gevoeglijk zou men daarom den enkelen gouden standaard kunnen aannemen met stukken van f50.—, f25.—, f 10.— en f5.—

Het zilver zou dan pasmunt moeten worden, met verplichting om het tot een zeker matig bedrag aan te nemen.

Het gemunt geld is op zich zelf onvoldoende

Hoe men de zaak immer regele, het staat vast, dat bij de tegenwoordige behoeften van het ruilverkeer, het gemunt geld nooit zal kunnen dienen als eenig ruilmiddel.

Alleen de verzending van waarde per post vereischt iets anders-

Aan dat andere helpen ons zoowel de regeering als particulieren ; het is

het papierengeld.

Enkele bijzonderheden omtrent het munt- en bankpapier hebben wij in onze populaire schetsen van staatsinrichting reeds medegedeeld.

Nadere opmerkingen omtrent de Nederlandsehe bank.

De naamlooze vennootschap de Nederlandsehe bank te Amsterdam is eene zoogenaamde circulatiebank, omdat zij ten gemakke van handel en nijverheid papieren geld in omloop brengt.

Sluiten