Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit is dus hetzelfde wat de Staatsregeling van 1798 deed; maar ook met dezelfde bedoeling als deze, namelijk om den tiendheffers hun recht te vergoeden en wel door hun in eens toe te leggen eene geldelijke uitkeering van Staatswege.

De tiend zou dan ten behoeve van den Staat worden veranderd in eene vaste jaarlijksche grondrente in geld.

De schadevergoeding, die de tiendheffer voor zijn gemis zou bekomen, zou bestaan in het twintigvoud der gemiddelde jaarlijksche opbrengst en van die som zou de voormalige tiendplichtige dan eene vaste rente aan het Rijk voldoen.

In plaats van den schuldplichtige zou dus de Staat voor hem afkoopen en hem het geld tegen eene matige rente voorschieten.

Door dezen maatregel zou de geheele opheffing van alle tienden worden verkregen. Het land zelf wordt dus vrij. Wel is waar zou daarvoor in de plaats treden de voldoening der rente van den Staat, maar de rentplichtige of vroegere schuldplichtige heeft ten allen tijde het recht om de grondrente af te koopen, b.v. tegen het vijfentwintigvoud van het jaarlijksche bedrag, waartoe hij eenvoudig zijn wil te kennen behoeft te geven.

Belasting op zichzelf geen

hinderpaal der voortbrenging.

In het algemeen is het feit, dat de burgers van een land te zamen de kosten en lasten der Staatshuishouding moeten dragen, volstrekt geen hinderpaal der voortbrenging.

Eerder is het tegendeel waar, omdat de Staat de orde en het recht handhaaft, voor de groote middelen van verkeer en allerlei andere openbare werken zorgt, enz. Zonder dat alles zouden handel en nijverheid zeer weinig beteekenen.

Het is dus zeer natuurlijk, dat men de kosten van een en ander te zamen opbrengt. Alle belastingen drukken, in zooverre dat zij betaald moeten worden, maar zij zijn eerst dan bezwarend, wanneer zij

ongelijkmatig drukken.

Afgescheiden van dien ongelijkmatigen druk, kunnen de belastingen van een land over het algemeen te hoog zijn.

Sluiten