Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichtzinnigheid of luiheid, of teil gevolge van wangedrag, op de publieke liefdadigheid teren.

Hieruit zou echter volgens het gevoelen van anderen nog niet behoeven te volgen dat de onmisbare instelling van het werkhuis alleen moet bestaan voor luien, lichtzinnigen en slechten. Wanneer het beginsel zelf, dat, althans aan tot werken geschikte personen, slechts onderstand verleend wordt tegen het verstrekken van arbeid, ook geldt voor de oppassende lieden, dan schijnt er geen reden te bestaan om een kostbaar tweeslachtig stelsel in te voeren: werkverschaffing buiten het werkhuis voor de goeden; het werkhuis voor de slechten. Er is wel aanleiding om den arbeid en de daaraan verbonden verzorging voor den eenen op andere grondslagen en naar mildere regelen te vestigen dan voor den ander; doch, verder dan dit verschil behoeft men niet te gaan.

Het Engelsche werkhuis.

De reden waarom men het werkhuis alleen voor minderwaardigen wil instellen, is hierin gelegen, dat men geen partij wil kiezen voor de invoering van het Engelsche stelsel. In Engeland geldt de regel dat geen onderstand buiten het werkhuis wordt verleend, en dat vindt men hardvochtig en eenzijdig. Hardvochtig wordt dit stelsel genoemd, omdat de tegenzin, juist van het beste gedeelte dec arme bevolking, tegen opneming in het werkhuis zoo groot is, dat niet zelden de bitterste ellende wordt geleden om aan die noodzakelijkheid te ontsnappen.

Bedenking hiertegen.

Men voert hiertegen aan, dat men het werkhuis wel als regel kan stellen, zonder te vervallen in de fouten van het Engelsche stelsel, of het eenvoudig na te volgen.

Het stelsel: het werkhuis voor de minderwaardigen; werkverschaffing voor de goeden, schijnt wel zeer goed uitvoerbaar in de grootere gemeenten en vooral in de groote steden, maar levert bezwaar op voor de kleinere die de meerderheid vormen.

Deze zouden vooreerst, in gemeenschap met andere, een werkhuis moeten oprichten en aan den gang houden voor de luiaards enz., en bovendien in eigen kring nog eens eene gelegenheid moeten maken om personen, die voor bedeeling in aanmerking komen en tot arbeid in staat zijn, te werk te stellen.

Sluiten