Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oorzaak hiervan is geene andere dan deze: zij bouwden eeu stelsel op en, in het vaste geloof aan de deugdelijkheid van dat stelsel, wilden zij hun geheele omgeving of de geheele wereld daarnaar inrichten. Zij moesten daarin noodwendig falen, omdat de maatschappij niet naar vaste en onveranderlijke regelen te besturen is en overal verschillende toestanden bestaan, ja in alles verschil is, waarmede behoorlijk rekening moet worden gehouden.

Het eenige wat vast en onveranderlijk is, dat is wat uit de natuur der dingen zelf voortspruit en alleen maar, naar omstandigheden, door den mensch is toe te passen.

De St.-Simonisten.

Dit waren de volgelingen van Saint-Simon, een Fransch edelman uit de eerste helft der negentiende eeuw. Het door hem gevolgde stelsel noemt men de school van Saint-Simon

Aan hem schrijft men de verdienste toe van vele ernstige menschen door zijn streven gebracht te hebben tot eene beoefening der sociale wetenschap; maar zijn stelsel zelf was in het geheel niet voor toepassing vatbaar, omdat hij zich de menschen, en dus ook de geheele samenleving, voorstelde niet zooals ze in werkelijkheid zijn, maar zooals ze moesten wezen. Hij vergat, wat zeer vele hervormers hebben vergeten, dat, waar nagenoeg volmaakte toestanden heerschten, verbetering in het geheel niet noodig zou zijn, of althans dat, wanneer de menschen zeiven allen even braaf waren en juist handelden, de toestanden vanzelf anders zouden wezen.

Indien wij de maatschappij op betere grondslagen willen vestigen, dan moeten wij haar beschouwen zooals ze werkelijk is en van het standpunt uitgaan, dat volmaaktheid niet bereikbaar is, als in strijd met de natuur der dingen; maar dat alleen het bestaande voor langzame verbetering vatbaar is, zonder dat men daarbij naar vaste regels, die overal van toepassing zijn en waarvan geene afwijking geduld wordt, kan te werk gaan.

Saint-Simon zag, dat er te weinig menschenliefde was; daaraan schreef hij het toe, dat het lot van den eenen veel gunstiger was dan dat van den anderen, dat het geluk niet een gevolg was van deugd en bekwaamheid, maar dikwijls van list en bedrog Dit wilde hij veranderen en vooral streven naar wat wij tegenwoordig noemen, de verheffing van de minder bedeelde standen tot een normaal peil van welstand.

Sluiten