Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer toevallig de grondstoffen goedkooper zijn en hij, ofschoon thans geen winst genietende, later door stijging van prijzen, op een des te grooter voordeel meent te mogen hopen.

Met den arbeider is dit een geheel ander geval, die moet met zijn gezin leven en op geregelde tijden zijn loon ontvangen. Hij zou nimmer genoegen kunnen nemen met de uitbetaling van een deel daarvan, in de verwachting van later het ingehoudene met een winstaandeel te ontvangen, maar ook met het gevaar voor oogen om later niets meer te ontvangen.

Er is daarom ook niets tegen te zeggen, dat de werkman een vast, behoorlijk dagloon, zonder bepaald recht op winstuitdeeling geniet. Dit behoeft intusschen niet weg te nemen, dat in goed ingerichte ondernemingen hem in geval van gunstigen toestand der zaken, vrijwillig een winstaandeel kan worden toegekend, en feitelijk geschiedt dit dan ook vaak. Al zal dit vrijwillig afgestaan winstaandeel gering wezen, het heeft voor hem toch zeer groote waarde, omdat alle risico daarbij voor den ondernemer blijft. Verliest deze, dan zal de werkman met zijn gewoon vast loon tevreden moeten zijn. Hij geniet geene extra toelage, maar behoeft ook niets van zijn loon te missen.

Nu wordt hiertegen door anderen aangevoerd, dat de regel toch is, dat een redelijke winst door den ondernemer wordt gemaakt dat die winst dikwijls zelfs zeer beduidend is, maar dat de loonen niet daarop zijn gebaseerd en tusschen deze en het normale winstcijfer van den ondernemer in den regel eene wanverhouding bestaat.

Uit hetgeen wij vroeger daaromtrent hebben opgemerkt, blijkt echter dat de loonen in elk bedrijf door allerlei bijzondere omstandigheden worden beheerscht. Het valt ligt te begrijpen dat de regeling daarvan aan beide partijen moet worden overgelaten en het eenige wat de Staat daarbij doen kan, is, door verschillende wettelijke maatregelen en vooral door eene regeling van het looncontract, den arbeider tegen de natuurlijke overmacht van het kapitaal te beschermen.

Storend ingrijpen en zelf het loon bepalen kan de Staat niet. De wetgever zou zich op geen enkelen grond de bevoegdheid daartoe kunnen aanmatigen en zeer zeker daardoor ook de grootindustrie belemmeren en dus de algemeene productie verminderen.

Erger zou dit zijn op den grondslag van gemeenschap tusschen

Sluiten