Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Zich te onthouden, rechtstreeks of middellijk, op Zondag arbeid te doen verrichten, die zonder overwegend bezwaar op andere dagen kan geschieden;

2. en voor zoover zoodanig overwegend bezwaar bestaat, zooveel mogelijk te zorgen dat ééns om de twee of drie weken de betrokken personen een geheel vrijen Zondag (of daarvoor in de plaats tredenden rustdag) hebben.

In eerstvolgende tijden zal vermoedelijk do sociale wetgeving zich in hoofdzaak bewegen op het gebied der verzekering (b.v. tegen ziekten en de gevolgen van invaliditeit, en ouderdom) en der regeling van het arbeidscontract, om welk laatste punt als het ware de geheele sociale wetgeving draait. Om die reden hebben wij dit punt ten slotte nog tot een afzonderlijk punt van beschouwing gemaakt.

Wanneer wij de oorzaken en voorloopige uitkomsten der sociale wetgeving, en verder ook andere wetgevende bepalingen die de volkomen vrijheid van beweging belemmeren, aandachtig gadeslaan, dan zien wij dat zij de strekking hebben om te voorkomen dat een te ver gedreven zucht naar eigenbelang de eene klasse der maatschappij opoffert aan de andere. Hare strekking is dus, in evenwicht te brengen, wat, hetzij dan door natuurlijke oorzaken, hetzij door verschijnselen van minder onschuldigen aard, tot elkander in onredelijke verhouding staat.

En hier zien wij in welk een groote fout de oudere staathuishoudkundigen vervielen, door de meening voor te staan dat het eigenbelang van den mensch van zelf de maatschappij in evenwicht houdt en de welvaart doet toenemen.

Vooral de maatschappelijke geschiedenis van de laatste helft der negentiende eeuw heeft vierkant het tegendeel bewezen en den Staat, door middel der wetgeving, een rol toegedacht, die men hem vroeger nooit durfde toekennen.

Onjuist bleek het, dat in alles wat voortbrengen en verbruiken betreft, de loop van al de bijzondere belangen te zamen het belang van het algemeen bewerkt. Wanneer de hebzucht van den een verstoring in den loop der zaken aanbrengt, dan wordt dit volstrekt niet door de hebzucht van den ander verholpen.

De oudere staathuishoudkundigen leerden dat alle stelsels, die

Sluiten