Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Joost | heeft rijst.

Joost | heeft een kist. Joost | heeft een post. Joost | heeft een test. Joost | heeft dat beest. Joost | heeft een vuist. Joost | heeft een lijst. Joost | heeft een hand. heeft ant | een hand? heeft ant | een bont? heeft ant I een hond?

Hij telt geld.

De held holt.

Wie heelt, is slecht. Hij voelt de zeelt.

De boot zeilt wild.

In het veld holt een koe. Joost balt de vuist. De molen maalt.

Zij ruilt de naald.

De man neemt een pand. Hij temt en ment die hit. De bij zoemt.

Zus zoemt mee.

Zus zoent moe.

Hij damt

Wat voor soort haard | heb je ï

heeft ant | een punt ? heeft ant | zand?

heeft ant | een cent?

heeft ant | een kant? heeft ant den mond | rond ? heeft ant | een eend? heeft ant | een gift?

Wuift Joost | met de hand ? Beeft uw hand?

De kaft | van dat boek | is kapot?

Dat rijlt en zeilt.

Wie deelt dat geld ?

Voelt hij 't vilt?

Wie faalt, daalt.

Hij doolt rond, valt en

huilt.

Wie riep halt?

Zij is wild.

Hij joelt en lolt.

Wie kamt het haar! Zij gomt haar brief. Hij lijmt de doos.

De man remt de omnibus. Oom roemt dat kind. met ant.

Hoort | hoe hij sart! Hij leert hard.

Sluiten