Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar 's Heeren schoon bestel zijn er twee machten die onzen gang en onzen loop regelen moeten: de ééne de macht der historie, en de andere de macht der leidende organen.

Eerst noemden we de macht der historie. Wat wil dit zeggen? Dit, dat de gemeente van Christus niet nu pas begint te leven, maar reeds eeuwen oud is, en dat dus in dat lange leven dat achter haar ligt het wezen zelf der gemeente, onder de bezieling des Heiligen Geestes, allengs een vasten gang verkregen heeft. Pat het derhalve verwaand en ongerijmd zou wezen, indien de nu levende, zeer slappe en geestelijk armbloedige deelen dier gemeente, zich het recht gingen aanmatigen, om alle ding eens vannieuws te beginnen. En dat uit dien hoofde in de gemeente zelve, door haar verleden, die vaste, geijkte vormen, instellingen en gewoonten behooren te bestaan, zoo voor de gedraging der leeken, als voor het bedrijf der voorgangeren, dat een iegelijk van hen zich veilig en getroost langs de spoorregels van die kerkelijke levensmanier kan voortbewegen.

Het doen der kerk is dan ook steeds geweest, om van lieverleê een vaste gewoonte voor elke handeling en elke gedraging te laten rijpen, en was ze eenmaal gerijpt, ze dan liturgisch of kerkrechtelijk vast te stellen. Ook onze Hervormers waren er daarom van stonde aan bij, om voor de kerken die ze reformeerden, zóóveel uit de vroegere en zuiverste kerktraditie vast te stellen, als hun voor het welwezen der gemeente, naar eisch van Gods Woord, geboden scheen.

Zulke instellingen, vormen en gewoonten kwamen dan ook niet willekeurig of door toeval tot stand, maar op geheel natuurlijke wijs. Te weten, naarmate de gemeente uitgroeide, of misbruiken zich voordeden, of in zekeren tijd de aandacht der vromen zich op een bepaald punt richtte, hield de kerk zich een tijdlang in den breede met zulk een bijzondere vraag bezig. Men beproefde dan alle denkbare oplossingen. Bezag meer van nabij de werking van elk dezer. En zocht langs dien weg van lieverleê tot zekerheid te geraken omtrent hetgeen stellig onprofijtelijk bleek, impractieabel was en dus moest vallen. Zoo bleven er van de tien, twaalf oplossingen, die zich eerst aanmeldden, ten slotte meest hoogstens twee of drie over. Voor elk dier twee of drie koos dan een der strijdende groepen partij. Dit leidde nogmaals tot de meest nauwkeurige toetsing; tot een wegen op de goudschaal van al het voor en tegen; en als dan eindelijk deze twee of drie usantiën vasten voet begonnen te verkrijgen, moest de beslissing intusschen aan den tijd worden overgelaten. D. w. z. er moest nu blijken aan de zijde van welke groep zich op den langen duur het volk van God zou scharen. Zoodra dit was uitgemaakt, werd dan het tegenovergestelde gevoelen als kettersch verworpen; en aldus na rijpen berade en krachtens de werking des Heiligen Geestes inde gemeente, ten slotte uit de vele oplossingen die zich aanboden, ééne enkele gekozen.

Sluiten