Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daalt; op aarde in zijn loop zich vermengt met het slib in en om ons, en daardoor troebel, groezel, grauw en modderig wordt, en zulks, in meerdere of mindere mate, blijft en moet blijven, tot hij weer uitvloeit in de vlakke velden der eeuwigheid, om alsdan die vermenging weer uit zich los te maken, tengevolge waarvan de stroom der kerk dan weer zuiver blank voor God vloeit en het slib achterblijft op aarde of in den afgrond des verderfs verzinkt.

Nooit mag dus gezegd: „De kerk is een inrichting die wij menschen in elkaar zetten, ordenen en besturen, om dusdoende menschen te bekeeren en ze, bekeerd zijnde, af te leveren aan wat God zijn kerk noemt in den hemel." Neen, maar de zichtbare kerk op aarde ontstaat eerst en kan eerst ontstaan, als God de Heere zijn wezenlijke kerk op aarde inbrengt, en op wat manier dan ook, zoo zuiver of zoo onzuiver mogelijk, toont, openbaart en zien laat. En als God de Heere dat nu doet, dan moet de mensch er niet weer bijkomen, om nu voorts een uitwendig kerkje te maken of te knutselen. Neen, maar dan groeit die uitwendige vorm er vanzelf aan, gelijk uw huid om uw vleesch. Gij behoeft geen band te vlechten, de band is er, want in het Besluit was ook het Genadeverbond begrepen, en het is uit dit Genadeverbond, dat vanzelf de eenig noodzakelijke en geoorloofde verbinding van kerken op aarde ontstaat. Preek dat Verbond weg, en natuurlijk dan kunt gij aan het leggen van een eigen verband gaan. Verzwak dat Verbond, en natuurlijk dan moet gij er met een hulpverband bijkomen. Maar ook laat dat Verbond in zijn heerlijke kracht doorwerken, en uw windselen en doeken worden belachelijk. De man, wiens slappe spieren weer opsteven, werpt met een kreet der vreugde de smadelijke krukken weg.

Eechtstreeks berust dus ook voor de zichtbare kerk op aarde alle hoog gezag bij den Christus. Hij beslist, Hij alleen. Op Hem rust het gebouw. Hij is en blijft er de hoeksteen van. En Hij doet dat door zijn Woord, bezwangerd door dien Geest, die in en door de instrumentaliteit der menschen dat Woord zijn kracht en werking laat doen.

Niet 's lands overheid is dus heer in de kerk, maar Christus (geen territoriaal-systeem). Niet een soort clerus, hetzij dan bisschoppen genaamd, of er, onder den domineesnaam, den bisschop in spelend, heeft te zeggen hoe het zijn moet (geen episcopaal-systeem). Noch ook de stemmenmeerderheid der uitverkorenen (geen independentensysteem) ') of van een soort genootschap (geen collegiaal-systeem) maakt uit wat recht zal wezen en wat onrecht. Maar Jezus Christus,

!) Meestal bestrijdt men, en terecht, in de Independenten hun opzvjzetting van het ambt en hun loochening van den plicht tot verbinding der kerken. Hier echter, waar het op den grond van het gezag aankwam, moest hun fout dieper opgevat en bestaat ze hierin, dat de Independenten aan de uitverkorenen geven wat alleen aan Christus zelf toekomt.

Sluiten