Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het eind beslist wierd, ja, zeer zeker, dan zoudt gij als de zwakkere beter doen, met maar stil neêr te zitten; maar dit is niet zoo; de uitkomst hangt niet af van de meerdere physieke kracht, maar van de bezieling, die deze kracht in beweging zet; en daarom vrees niet, o, mijn uitverkorene, want noch door kracht noch door geweld zal het geschieden, den doorslag geeft 's Heeren Geest!"

Een heerlijk troostwoord, nog verder in vers 10 aangedrongen door het schoone, heerlijke zeggen: „Want wie veracht den dag der kleine dingen ? D. i.: hoe klein nu uw begin ook zij, geef daarom den moed niet op, maar ga door en gij zult voleinden.

En eindelijk tot lofverheffing komend in de dan volgende woorden, die den band tusschen den Geest en 's menschen werk zoo heerlijk teekenen: „Dan zullen die zeven (dat zijn de zeven geesten of de Heilige Geest) zich verblijden, als zij het tinnen gewicht zullen zien in de handen van Zerubbabel; dat zijn de oogen des Heeren, die het gansche land doortrekken" (Cf. /ach. 3 : 9).

Was het nu zooals onze tegensprekers willen, dan zou de Heilige Geest moeten zeggen, dat Zerubbabel op staanden voet het paslood uit zijn hand liet vallen, ophield met bouwen, stil ging zitten, en alleen den Geest werken liet.

Maar neen, dat is zoo niet. Het is juist vlak omgekeerd. De Heilige Geest zal zich verblijden, zegt de Heere, als Zerubbabel doorgaat, het paslood in zijn hand heeft en volijverig den bouw doorzet.

Zoo komen we dus tot de slotsom, dat deze zoo schandelijk misbruikte woorden: „Niet door kracht noch door geweld, maar door mijnen Geest zal het geschieden!" wel verre van het vermaan in te houden, dat men toch af zal laten van dat toemuren van de bressen en voortbouwen aan de verbetering der kerk, integendeel, vlak omgekeerd, de krachtigste aansporing aan alle ontmoedigden inhoudt, om niet af te laten, maar volijverig door te gaan, immers indien ze weten door den Geest des Heeren gedreven te zijn!

Het is dus met dezen tekst precies hetzelfde als met de woorden: „De mensch zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord dat uit den mond Gods uitgaat."

Ook dat woord misbruikt men slag op slag, om te zeggen: „Och, op het aardsche, op de lichamelijke voeding komt het minder aan, zorg maar liever voor uw ziele, lees den Bijbel, en leef bij het Woord van God!"

Nu weet thans daarentegen een ieder, dat er van dit alles niets in dat woord staat, en dat het eenvoudig zeggen wil: „Brood zonder de inwerkende kracht van Gods mogendheid kan u niet voeden, wat u eigenlijk voedt is niet het brood, maar de kracht van God, de zegen of het gedijen, dat in het brood werkt!" Van de ziel is hier ganschelijk geen sprake bij.

En zoo nu ook komt hier tot Zerubbabel het troostrijk zeggen:

Sluiten