Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baarden wil des Heeren; eenvoudig wijl niemend, bij ontstentenis van bijzondere openbaring, een pad kent, om den bijzonderen wil des Heeren te kennen.

Waar dan ten derde nog dit bijkomt, dat onze „stillevers" met hun beroep op Jesaia 30 : 15 enz. zichzelf danig er inhelpen. Want zie eens, indien deze rustlievende zielen zich nu op deze vijf of zes plaatsen beroepen, waar strijd met opgeheven hand verboden wordt, wat zullen we dan doen met die tweemaal twaalf en meer andere plaatsen, waar „strijd met eigen zwaard" juist gelast, geboden, bevolen en geëischt wordt?

Die plaatsen staan er toch ook. Staan er evengoed. Staan er in veel sterker aantal. Staan er als lastgeving inhoudend van denzelfden God. Er staan er als gegeven aan hetzelfde volk.

Beriepen wij ons nu op zulke strijdlustige, schrikkelijke, bloeddruipende plaatsen, natuurlijk dan zouden we misgaan, en onze bedaarde, rustige, stilheidminnende tegenstanders, zouden ons zeer terecht toeroepen: „Dat gaat niet op. Zoo moogt ge niet redeneeren. Wat toen een bijzonder bevel aan Israël was, is daarom nog geen vriibrief ▼oor u!"

En natuurlijk, dat geven we grif en gaaf toe.

Maar eilieve, als wij ons dan niet mogen beroepen op heel een reeks van bijzondere gevallen, die het zwaard uit de schee en den pijl ran de pees jagen, wat recht hebt gij dan, om als regel voor uw doen en laten u te beroepen op die enkele plaatsen, die bij manier van exceptie, en onder geheel bijzondere omstandigheden, strijd verboden, waar wel strijden het natuurlijkst scheen, naar eisch van het gewodn gebod, geldende voor een ieder, tenzij de Gebieder zelf het stuite of tijdelijk schorse.

Maar ook zoo is het ondoordachte van zulk Schriftmisbruik nog niet tot op den bodem gepeild. Er steekt nog meer in. En daarvoor bovenal vragen we opmerkzaamheid.

Wat, wat was de diepste grond, waarom Israël aan de Roode Zee ontslagen werd van bloedigen kamp, en met het zwaard op de heup, stil, zonder strijd, over den vloer van den afgrond mocht voorttrekken zonder schrik voor Farao's macht?

'Was het niet dit, dat de Heere op het punt stond een machtig, een ontzaglijk, een alle volk verbijsterend wonder te doen? Indien de Heere niet had voorgenomen bij zich zelf, de Roode Zee in tweeën te spouwen, en op den bodem der diepte Israël een vloer voor zijn voet en Farao een graf voor zijn heir te plaveien, zou Israël dan ook zonder strijd er zijn afgekomen? Natuurlijk niet, want alsdan had larao s heirmacht naar alle menschelijke berekening onder Israël te rihachiroth een schriklijke slachting aangericht en half het volk uitgemoord.

Aan het wonder hing het dus alles. Aan het wonder alleen. Het

Sluiten