Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dank Hem dat de mijnen het gevaar ontkomen zijn; maar zonder het geloof en buiten het geloof kan ik geen pontveer aan de rivier oversteken, of God kan de pont doen omslaan, dat ik jammerlijk met al mijn lievelingen verdrink.

VI.

GEREFORMEERD, NIET DOOPERSCH.

Ik bid niet dat Gij hen wegneemt uit de wereld, maar dat Gij hen bewaart van den booze. Joh. 17 : 15.

We komen thans aan het derde punt toe, hetwelk handelt over de vraag: Wat te doen, indien menachen tegen u ingaan?

Berst handelden we van de machten der Natuur, die soms zoo overweldigend in storm of onweer, in pestilentie of krankheid, in watervloed of zengend vuur ons en wat ons lief is bedreigen kunnen. En ook daarvan zagen we, dat het de wil des Heeren is, dat we voor het bedreigde leven van onze lievelingen, en dus ook voor ons eigen leven, het uiterste beproeven zullen, om met de middelen die Hij ons op de hand zet of onder ons bereik heeft gesteld, het gevaar dat van den kant der Natuur (doch altoos onder zijn aanbiddelijk bestel) dreigt, kloek en heldhaftig en met energie te weerstaan. Wie, als zijn kind in het water viel, het er niet uithielp, maar stil bleef toekijken, zou een onmensch zijn. En dat zelfde nu geldt bij schipbreuk, bij brand, bij overstrooming, bij hongersnood, bij pestilentie en bij krankheden. Wie voor het leven van de zijnen niet doet wat God in zijn vermogen stelde, raakt onder schuld van doodslag. Wie zijn eigen leven verwaarloost of niet beschermt, waar God de Heere dit in zijn macht stelde, komt onder schuld van zelfmoord. Dus ook hier wel zeer zeker „wat uw hand vindt om te doen, doen met alle macht." En in geen geval stil zitten.

Toen spraken we van den tegenstand waarmee Satan ons dwarsboomt en uitput, in verlokking, verleiding, verzoeking, bestrijding, aanvechting, en eindelijk in een grijpen bij de keel, of hij ons voor eeuwig van Jezus weg kon sleuren; en wat hem om de boosheid onzes harten ook, ja, waarlijk gelukken zou, indien Hij niet gebeden had dat ons geloof niet ophoude. Dat ijslijk gezift worden als de tarwe, maar ook dat verwonderlijk heerlijke: „Niemand kan ze rukken uit de hand mijns Vaders". En als een der middelen daartoe het stellig gebod: Wederstaat den Booze! Dus, zit niet stil!

Sluiten