Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaagde, er nooit iets tegen vermocht heeft. En dat was natuurlijk. Want ook te midden van al heur onmiskenbare ziekelijkheden, beseft de kranke gemeente toch, dat ze de zake Gods dieper opvatte, dan deze niet-ziekelijke artsen. Hoe fijner de bewerktuiging, des te meer aanleg voor sleepende ziekten. Van tering hoort ge meer bij een mensch, dan bij een rund.

Slechts is dit hoog- en broodnoodig, dat men ten langen leste in den gereformeerden kring eens in ga zien, dat „gereformeerd ' en „doopersch" niet één, maar twee zijn. Be dwaling moet te boven gekomen, alsof het „doopersche" alleen maar in den Doop school. Men moet weer uit de historie leeren, dat de „dooperschen" en de „gereformeerden", hoewel in veel punten eenig, toch in geheel hun levensbeschouwing tegenover elkander stonden. Hadden de „dooperschen hier het terrein behouden, dan ware ons land nooit van Spanje verlost.

Veerkracht in den vrijheidsoorlog is er eerst met het optreden der Calvinisten gekomen. De leus der „dooperschen" was „met een boeksken in een hoeksken", die der Calvinisten: „Voor den Heere en Gideon! al ware het met driehonderd man.

Dit komt het sterkst uit op het beslissende punt van allen weerstand, namelijk in beider denkwijze over den oorlog. Want wie het lijdelijke standpunt inneemt, moet tegen den oorlog zijn.

Niet in den zin waarin de Christen den oorlog verfoeien moet, als een om wraak schreiende slachting van menschenlevens; maarzoo, dat men den oorlog als zoodanig voor ongeoorloofd verklaart en dus schuldig stelt, wie dien onderneemt of er aan participeert

Er is een stem in ons, die terugschrikt op het denkbeeld van ooit menschenbloed met eigen hand te vergieten. JVlaar er is ook een andere stem die zegt: „Mijn eer boven mijn leven! _

Uw lieve kind een arm te laten afzetten is iets allerontzettencist als ge het indenkt, en het kost wat, eer ge tot den heelmeester zegt: Ga uw gang' Maar soms kan het moeten. Dat het liefdeloos zou zijn, het tegen te houden. En zoo nu ook onder de volkeren. Het kan zijn dat een natie zich geestelijk om haar eere en haar roeping brengt, indien zij zich zonder moed tot verweer krenken en kwetsen laat Maar tegen dit alles in hielden de dooperschen vol: Nooit oorlog! Zelfs nog in 1740, dus in kalmer tijden, leerden ze in hun „Kort onderwijs des Christelijken geloofs, uitgegeven volgens last der kerkvergadering van 12 Juni 1697", in een vijfden druk, dus in een

boekje dat druk verkocht is: ui

Maar is den booze met den swaarde te wederstaan, en bv gevolg het oorlogen niet noodzakelijk, volgens de wet der natuure en gevolgelijk een werk waar toe ieder een by gelegentheid verplicht is.

„Neen: nadien de Heere Jesus, die Gods wetten zoo natuurlyke,

Sluiten