Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werken ten goeden, en niemant tegen ons zvn kan wanneer God yoor ons is. Zoo wantrouwt men waarlijk aan Gods belofte en magt, met zich van een middel als den oorlog te bedienen, die den Christenen niet vergunt wierd, noch van Christus, noch zyn H. Apostelen ooit is geoefend, die nogtans best wisten op wat wyze God de bescherminge over de zvne hadde op zig genomen."

Zelfs de oorlog tot bloot verweer tegen een vijand die u aanvalt en u of de uwen van uw leven wil berooven achtten de „dooperschen" nog in 1740 als verboden.

„Maar wanneer de booze menschen een Christen schade willen doen aan zijn tijdelijke goederen, wat zal hy dan best ter hand nemen?

„Zijn wand zoo 't mogelijk is door verstand en vriendelykheid beter onderrigten, en God ernstig bidden, die meer doen kan tot onze verlossinge als wy bidden of denken konnen, onderwyle zijn ziele bezitten in een stille en zagtmoedige geest, die kostelyk en dierbaar is voor God, hem voor alle dingen wel wagtende zijn vyand, om het tydelijk goed, dat ligt is en voorbijgaande, aan zijn leven, en nog minder aan zijn ziel schade toe te brengen, na de les \an Paulus, 1 Cor. 6:7: Zo is er dan nu gantschelyk gebrek onder u, dat gy met malkanderen regtzaken hebt: Waarom en lijdt gy niet liever ongelvk? Waarom en lydt gy niet liever schade?

„Maar indien de Vvanden hem' van 't leven wilden beroven, wat zal hv dan verkiezen en in 't werk stellen?

„Hy zal vluchten van de eene stad in d'andere, na t voorbeeld van den H. Paulus, die in een mand langs de muuren van Damasous wierd neergelaten om het quaad te ontvlieden, en niet konnende, altijd God bidden om genade en sterkte, waar door men alles kan overwinnen om in opregte lydzaamheid 't Lam Gods Jezus Christus na te volgen; die als hy gescholden wierd niet weder en schold, en als hy leed niet en dreigde, maar het overgaf aan dien die regtveerdiglyk oordeeld, ons een exempel nalatende (zegt de Apostel) opdat gy zyn voetstappen zoudet navolgen (1 Petr. 2 : 21, 23)."

Een uitkomst waartoe ze, gelijk men ziet, kwamen, door ook op de overheid al die uitspraken des Heeren toe te passen,^ die ons als richtsnoer voor het private leven van burgers onder elkaar zijn gegeven, en waartegen Guido de Bres in zijn snijdende taal schreet • „Hierom bewijzen de Wederdoopers wel, dat sy seer vermeten en oversnoode stoute menschen zijn, als sy de godzalighe overheyt, om de bedieninghe haers ambts wille, voor Moordenaers schelden;^ maar we voegen er bij, dan ook een belijdenis, die blijkens de feiten en opiniën, door alle gereformeerde kerken en landen kloek en luide weersproken is.

En dit hangt dat weer sa&m met die andere vraag, of men weerstand bieden mag aan een overheid die tirannisch het volk vermoordt,

Sluiten