Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingebogen; en zoo hangt heel het gebouw van ons aanzijn over, en is gescheurd, en verloor zijn vastheid.

En nu bedenke men toch, dat de kerk van Christus niet buiten, niet naast, maar in die ontredderde, innerlijk gebrokene mensehheid, door den Heere verzameld wordt. Ook die kerk bestaat dus uit personen, die allen zondaars zijn. Wel in Christus volmaakt; maar die volmaaktheid nog slechts door het geloof, niet in zichzelf bezittende. Tot op hun dood toe bleven de allerheiligsten worstelen met inwendig verderf en boos gebrek der ziel. Er was aan geen hunner iets geheels. Ook heel de kerkelijke massa was en bleef een zondige massa; wel rein in Hem die het Hoofd is; wel met hemelsche krachten bekrachtigd; wel met sieradiën versierd; maar niettemin in zonde verzonken, inet zonde behebd, door zonde ontheiligd.

En gold dit van de leden, och, de voorgangers vielen alle eeuwen en vallen nog onder een zelfde oordeel. Ze zijn menschen van gelijke beweging; door hun ambt blootgesteld aan nog stratïer verzoeking van zelfverheffing en geestelijke hoogheid. Wel met een ambtsgave begiftigd, maar daarom niet ontkomen aan de macht der zonde. Ze struikelen zelf, terwijl ze anderen bij de hand grijpen. Herders zijn ze, niet door eigen uitnemendheid, maar om en door het Woord dat ze brengen; brengen in de prediking en brengen in het regeeren der kerken; gesproken en toegepast beï.

En uit dit dubbele euvel vloeit^nu tevens en vanzelf voort, dat ook de instellingen der kerk, haar inrichtingen, haar vormen, en de gestalte van haar uiterlijk optreden, wel niet anders dan gebrekkig zijn kunnen. Of hoe zou de wand sterk zijn, als én de steen bros én het cement slap is? Zie dan ook maar hoe Christus al de eeuwen door met zijn kerk op aarde tobben moest. Hoeveel eeuwen zult ge uit die zestig eeuwen, dat de kerk nu bestaat, noemen, dat de kerk eens draaglijk van gelaat en schoon van gedaante en zuiver van sprake was? Reeds in de dagen der apostelen liep het mis. Reeds hun eigen zendbrieven zijn vol van klachten over opkomend bederf. Over bederf niet alleen door zonde-uitbreking bij de leden, maar ook reeds door het insluipen van valsche leeraars. En inderdaad, wie er nog altijd naar jaagt, om een zuivere kerk op te sporen, hij moet wel tot Darbys stelling komen, dat eigenlijk reeds in Paulus' dagen de profetie van Kom. 11 : 22 vervuld wierd, en de kerk ook des Nieuwen Testaments reeds in de eerste Christeneeuw is afgehouwen, om nu voorts niets over te laten, dan een enkele groep hier en ginder, die nog als een brandhout gerukt werd uit het vuur.

Ook de Christenbroeders van onze dagen zullen dus wel doen, met zich dit eens diep in te prenten, dat het misvormde van onzen kerkstaat niets ongewoons noch ook iets onnatuurlijks is, en dat men het diepe wezen der zonde miskent in haar schriklijken invloed op alle vertakkingen van het menschelijk leven, indien men zich zoo inbeeldt,

Sluiten