Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten vindt, en omgekeerd dat er geen enkel irenisch kind van God is, of op de knieën in de binnenkamer eert hij zijn God alleen, en pleit zelf op die zoo diep verfoeide particuliere genade.

Onze onderscheiding bedoelt dan ook alleen dit, dat in den één meer het dweepziek droombeeld, in den ander meer de verzuchtende nuchterheid den boventoon heeft, én dat uit dien hoofde, de één er meer vanzelf toe komen zal, om te haasten naar een eigen geschapen kerkstaat, terwijl de ander meer onder den machtigen indruk zal verkeeren van de verwoesting die hij zelf door zijn zonde in dien kerkstaat van Adams tijden af hielp aanbrengen.

Twee richtingen alzoo, flie in het hart van bijna elk zondaar, dus ook van bijna elk Christen ineenvloeien, maar die toch tweeërlei wel te onderscheiden gezichtspunt aanwijzen; niet nu pas; maar reeds van de dagen der Apostelen.

Intusschen, zij, die op zuiverheid van kerkstaat dringen, stellen daarom nog lang niet altoos den eisch, dat er onberispelijkheid van de leden besta, o, Neen, dat niet. Zulks willen wel enkelen, de meer dwependen en mystieken, die een kerk van heiligen najagen. Maar dat is niet wat de meesten hunner bekoort. De meesten willen niet een kerk van heiligen, maar een heilige kerk en staan niet zoozeer op gaafheid van geestelijke existentie der leden, die ze openlijk erkennen dat niet als eisch mag gesteld, als wel op gaafheid van de merken der ware en heilige kerk, die ze meenen dat onverkort moeten gehandhaafd. Maar ook al moet dit verschil tusschen beide categorieën onbewimpeld erkend, voor de thans door ons beoogde tegenstelling is dit al om 't even. Beiden immers komen in dit ééne opzicht dan toch overeen, dat het h. i. eenvoudig aan een tekort van getrouwheid onzerzijds ligt, dat we niet aanstonds in een zuiveren kerkstaat overtreden. Indien we maar wilden, zoo oordeelen ze; indien we maar moed hadden en durfden; indien het ons maar niet schortte aan getrouwheid, dan konden we reeds morgen den dag ons in gaven, normalen toestand verblijden.

En dat nu juist is iets, waar de meesten der strijders niets van gelooven kunnen. De lange bange lijdensgeschiedenis der kerk van zestig eeuwen stoot h. i. die schoone voorstelling ganschelijk omver. Ze zijn er veeleer diep van overtuigd, dat die abnormale, ongave, onzuivere toestand der kerk organisch saamhangt met het zondig karakter van geheel onze menschelijke existentie. Ze zien in de zoogenaamde ongetrouwheid niet een zonde bij uitstek, maar slechts ééne der uitingen van een algemeen zondigen toestand. En hoe gaarne ze zich ook aan den zoeten waan zouden overgeven, dat die andere broeders, die voorgeven van wel het woord bij de daad te hebben gevoegd, en wel getrouw te zijn geweest en wel te hebben gedurfd, dan nu ook met een macht, die in het oog liep, aan dien algemeen zondigen toestand zouden ontkomen zijn, ontvangen ze, helaas, den

Sluiten