Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar dat nu juist doen de sekten niet. Ze gaan uit het raam liggen kijken, ze verdoen hun tijd, ze verwaarloozen het huis, en loopen uit de deur en klimmen op het dak, om te zien of de Heere nog niet aankomt. En zoo zeker het nu is, dat het zoo met het komen van een dief niet toegaat, zoo vast staat het op grond van Jezus' eigen uitspraak, dat zijn komen niet alzoo zal zijn.

Wel moet er gewaakt, d. w. z. zóó geloofd en zóó geleefd, dat we elk gegeven oogenblik op de komst des Heeren zijn voorbereid; evenals een goed huisvader vooraf zijn maatregelen heeft genomen, om in geval van nachtelijken overval de zijnen te kunnen beschermen en op alles voorbereid te zijn.

Maar gelijk een Christenhuisgezin, na gesloten en gebeden te hebben, dan ook rustig in de hoede des Heeren insluimert en in den morgen weêr de gewone dagtaak aanvangt, zoo ook behoort de gemeente van Christus op aarde, na gesloten en gebeden te hebben, rust en arbeid stil en op gewone wijze af te wisselen, en het voorts aan den Heere over te laten, om dezen gewonen, rustigen gang der dingen plotseling te komen afbreken, wanneer dit Hem gelieven zal.

Ook zelfs tegenover de eschatologische droomers, d. i. tegenover hen, die met Jezus' komst voor oogen jagen naar een ideaalkerkje of ideaalkringetje, handhaven we daarom op grond van Gods Woord den nuchteren energieken regel der gereformeerde kerken, om te rekenen op gebrek/eigen kerkstaat en nooit doldriftig in het levensweefsel van de kerken in te grijpen

Deze diepe levensovertuiging der gereformeerde kerken wortelt in haar warme en bezielde belijdenis van het Verbond. Het Verbond is heel iets anders dan een vereeniging van gelijkgezinden op aarde. Immers het Verbond bevat ook die personen, die nu nog in den bol of in den knop zitten; d. w. z. de zoodanigen die nu nog vloekers en tierders of eigengerechtige deugdmenschen en verwerpers der waarheid zijn, maar toch reeds bij God uitverkoren en ter zaligheid bestemd zijn, en die nu juist door den dienst der kerk uit den bolster uit moeten.

Deze ééne belijdenis van het Verbond, diep geworteld in het stuk der Verkiezing, d. i. in het feit dat God God en aller goeden Fontein is, snijdt alle jagen naar engelentoestanden op aarde af, doet het kruis van den gebrekkigen kerkstaat met volle bewustheid als door Christus gewild aanvaarden, en noopt en lokt en leidt er toe, om steeds weêr dieper voor den Heere onzen God in het schuldbewustzijn weg te zinken, en van die zonde, die alles verwoest, vergiftigt en bederft, steeds klaarder te belijden: „Die zonde, Heere, is ook mijne zonde, mijn persoonlijke schuld bovenal!"

Een ij veraar op gereformeerd terrein kan dies nooit in de fout der

Sluiten