Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIV.

REFORMATIE VAN ZICH ZELVEN.

Dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zyt. Rom. 6 : 17.

Weg dus met elk fanatiek ijveren voor de kerk, dat niet ook achter zich zou hebben een beslist strijden tegen onze doodvijanden: Zonde, Wereld en Duivel — in eigen huis en hart.

Maar ook, weg met dat ascetisch en eenzijdig ijveren voor heiligheid in eigen huis, terwijl men 's Heeren huis d. i. zijn kerk, in smaad laat afbrokkelen.

Eén strijd zij het op heel de linie, in hart en huis, in maatschappij en staat, in kunst en wetenschap, maar dan ook, en wel zeer nadrukkelijk ook in school en kerk, voor den naam onzes Heeren en zijn Woord dat heerlijk is, tegen den Satan met zijn duizenden en tienduizenden duivelen, die in allerlei vorm van vervalsching en onwaarheid en tegenchristelijkcn zin zich in ons leven indringen.

Dus geen maken van de kerk tot het één en al, dat als bij Rome alle leven in zich opslurpt; maar ook allerminst een wegcijferen van de kerk tot de onwaarde van een hol en ledig casko.

Zichtbaar en onzichtbaar leven staan in verband, hooren bijeen, moeten op elkaar werken.

En geen grooter zegen kan en zal ons overkomen, dan wanneer het eens uitraakt met die ongeestelijke, met die onschriftuurlijke logen, alsof kerk en Koninkrijk Gods tégenover elkander stonden, als het verachtelijke aan de ééne en het heerlijke aan de andere zij.

Eer integendeel is juist de kerk de van God gewilde, verordende en ingestelde openbaringsvorm, waaronder het Koninkrijk Gods optreedt; moet, zal het wel zijn, de grens van beide op aarde samenvallen; en behoort alzoo in de kerk van Christus weêr het hoog en majestueus besef op te waken van de machtigste, rijkste openbaring van het Koninkrijk Gods op aarde te zijn.

Zonder dat, krijgt ge een schermen met „het Koninkrijk Gods", dat ontaardt in kranke mystiek, of zich vervluchtigt in ongrijpbare algemeenheden, of zelfs verloopt in een modern rijk van schoone, boeiende idealen, en daarnaast dan een kerk, die als ongeestelijke, doode, holle, ledige vorm geminacht, meer uit sleur dan uit overtuiging in stand wordt gehouden, en alzoo de publieke opinie wijken doet voor de üarbistische dwaling, die, op haar standpunt, zeer te recht, dan ook die holle, ledige, afgepelde dop eenvoudig wegwerpt om zich uitsluitend te wijden aan de dingen des Koninkrijks.

Sluiten