Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want wel ijvert men tegen het Darbisme, maar heeft de Darbist toch eigenlijk niet volkomen gelijk en staat hij niet geestelijk hooger, indien hij, dat sollen met een voor afbraak te koop staande kerk verachtelijk keurend, al zijn kracht en al zijn levensenergie terugtrekt in de tente van Gods geestelijk Koninkrijk?

Wij althans vatten nooit het motief van die toongevers en leiders der publieke opinie, die maar aldoor de overbodigheid, de overtolligheid en de onbeduidendheid, de ongeestelijkheid en de innerlijke ledigheid der kerk tot hun thema kiezen, om alle ziel op te roepen, dat ze toch liever hun zielskracht aan den wezenlijken arbeid in het Koninkrijk Gods zullen wijden, en die dan toch desniettemin in die kerk het ambt blijven bedienen en het sacrament dier kerk zoeken.

Daar steekt een innerlijke onwaarheid, een in het oog springende tegenstrijdigheid, een op den voet van leugen met zich zelf staan in, dat zedelijk en geestelijk moet verzwakken, de harmonie van onzen arbeid moet breken, en ons telkens met de eene hand doet uitrukken wat met de andere in den hof des Heeren werd geplant.

Kerk en Koninkrijk Gods moeten weer in hun onderling verband voor ons bewustzijn treden; het moet weêr beseft, dat het niet aangaat, deze twee, die God saam heeft gevoegd, te scheiden; en het moet in de toekomst niet meer kunnen gebeuren, dat de ijverigste arbeiders in Gods Koninkrijk lauwe kerkleden, noch ook dat de ij verigste kerkbelijders trage dienstknechten in den wijngaard des Heeren zijn.

Dan zal het Darbisme vanzelf overwonnen worden; vanzelf in het ijveren voor de kerk meer geestelijke sappigheid varen; en even vanzelf aan den dienst in Gods Koninkrijk dat zwevende, dat onvaste, dat ijle ontnomen worden, waardoor het elk karakter mist en vast bestand.

o, Dat men toch de oude trouwe gereformeerde belijdenis van de eenheid der zichtbare en onzichtbare kerk zich niet aan de ziel had laten ontrooven!

Daar schuilt het kwaad in; door het verlaten van die heerlijke, diepe belijdenis is al deze jammer over ons gekomen.

En door die ééne, tegelijk onzichtbare en zichtbare, kerk uitéén te scheuren en er van te maken een geestelijk lichaam zonder vorm, en daarnaast een geesteloozen vorm zonder wezen of inhoud, heeft men een scheur door de Christenheid, een diepe scheur door de Christelijke maatschappij, en een nog dieper scheur door hart en ambt en kerk getrokken, waaruit zich al onze namelooze ellende verklaart.

En zegge nu niemand: Welaan, dan zullen we deze doodeenvoudige waarheid weêr als vanouds op den staat van onze belijdenis inboeken en hiermee aan dezen jammer een einde maken. Want in den naam des Heeren zeggen we u, mannen broeders, zoo uitwendig, zoo oppervlakkig, zoo dor en onbezield gaat het bij de omzetting dezer dingen niet toe.

Dat ge die belijdenis van de éénheid der zichtbare en tegelijk on-

Sluiten