Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zichtbare kerk hebt prijsgegeven, had een oorzaak, en die oorzaak lag in uw eigen persoon en wezen, en wortelde in niets anders dan in die zondige gedeeldheid, waarmee ge in uw eigen wezen twee loketten met een schot vaneen hadt gescheiden, om in het ééne loket de vrome man en in het andere de genieter der fijne of grovere zonde te zijn.

De Farizeër is de gereedmaker en inzetter van deze schotten in eens menschen hart, waardoor we dat ellendige dwè&e/hartige in ons krijgen, wat de oneerlijkheid en onoprechtheid tot den grondslag van ons schijnbaar vroom bestaan maakt.

En doordien de belijders van Jezus aan dat geestelijk euvel hebben toegegeven, en dat dubbelhartige en dubbelzinnige in hun vroom en godvruchtig bestaan hebben laten insluipen, daardoor is uit de gemeente diezelfde dubbelhartigheid in het ambt gevaren, en'is de ambtsdrager bijna allerwegen een man met twee aangezichten, zonder innerlijke waarheid; wel óók, maar toch in verre de meeste gevallen niet alleen door eigen zonde; neen, maar door de zonde der gemeente, die tot dit staan in onware verhouding én bij de prediking én bij de sacramentsbediening én bij de diaconie én bij het kerkregiment, letterlijk dwingt met een drang der noodzakelijkheid waaraan geen weerstand is te bieden.

Zoo en zoo alleen is de belijdenis der eenheid van het zichtbare en onzichtbare eerst van binnen losgeweekt en van de ziele afgetrokken, tot ze toen eindelijk systeem is gaan worden en de misleide predikers, in steê van het kwaad in den wortel aan te tasten, zelfde valsche voorstelling zijn gaan voeden alsof de kerk niets ware en het Koninkrijk Gods het één en al.

Zoo ziet men dus, hoe wel terdege de zonde van ieders persoonlijk bestaan de ban is die de wederoprichting der kerk tegenhoudt; en die vele en welmeenende broederen onder ons, die op allerlei wijze tot de gemeente zeggen: „Yooraf ga uw schuldbelijdenis en uw verootmoedigen voor den Heere uwen God en een ontbinden van de knoopen der ongerechtigheid", zouden toch metterdaad beter doen, dat ze het schuldbesef feitelijk opwekten en prikkelden in de gemeente, door met den vinger aan te toonen, waar dan toch die zonde schuilt, en wat weg moet, zal Gods zegen weêr vloeien en vlieten en stroomen kunnen.

Nu zoekt men het in bijoorzaken, zonder verband en buiten samenhang met ons kerkelijk leven.

Terwijl omgekeerd als men rechtstreeks op die leugen, op die valsche scheiding, op die oneerlijkheid in ons persoonlijk bestaan indrong, de samenhang onmiddellijk beseft zou worden tusschen de scheur der zonde in ons eigen wezen, en de diepe scheur die door het hart van Jezus' kerk eaat.

Sluiten