Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Samuël een woord tot zijn eigen ziel gericht: Beter dan offerande is gehoorzaamheid.

Alsnu blijven ons intusschen nog twee vragen ter behandeling over, namelijk door wie deze strijd moet aangebonden en hoever verzet gaan mag.

Door wie moet hier gestreden ?

Op deze vraag is veler antwoord: Door de personen in het ambt; het ambt dan nog liefst beperkt tot de dominees.

En metterdaad er ligt in deze gedachte iets schoons, wat ten zeerste waardeering verdient tegenover de onderschatting en wegwerping van het ambt, die door revolutionaire invloeden, uit de politiek ook in Jezus' kerken indrong.

Wie principieel het rechtstreeksche koningschap van Jezus over zijn kerk, dus b. v. ook over de kerk van Amsterdam, aanvaardt en belijdt, kan er niet van tusschen, tevens te belijden, dat deze Koning ook personen in het ambt zet, om zijne kudde te weiden, hetzij ouderlingen (leerend en regeerend), hetzij diakenen.

Wel kan liet den Heere een tijdlang goed dunken, den zegen van dit ambt aan zijn gemeente te onttrekken, gelijk een vader soms zijn anders zegenende hand gebruiken moet, om het kind van zijn eigen vleesch en bloed te tuchtigen; maar de onmisbaarheid en de hooge beteekenis van het ambt wordt hierdoor in niets verzwakt.

Zeer stellig zeggen dus ook wij: Indien er zich misstanden in de kerken van Christus openbaren, zijn wel terdege de personen in het ambt de eerst en sterkst geroepenen, om den Booze te weerstaan, en een wee roept even deswege de Heilige Schrift over alle herderen uit, die zich ontzien om voor de kudde tegen den wolf te strijden.

Geen oogenblik zelfs bestaat er bij ons dan ook twijfel, of in zeer bijzonderen zin rust juist op de personen in het ambt de dure verantwoordelijkheid voor het inkankeren in de kerken van Jezus van het kwaad der leugen.

Zij zijn de leiders, de herders, de geroepen voorgangers, en waar met name onze leeraren week aan week het volk vermanen, om toch geen oordeel over zich te brengen, moest in onze dagen ook wel eens een stemme als met het geluid eener bazuin tot die leeraren zeiven uitgaan, om hun het oordeel indachtig te maken, dat gewisselijk eens naar het Woord des Heeren over den ontrouwen dienstknecht in 's Heeren wijngaard komt.

Noch pastorale ijver noch gemoedelijke mystiek noch ernst van toon, kunnen of zullen ooit de schuld wegnemen, die elke ongehoorzaamheid, vooral elke tot systeem gemaakte ongehoorzaamheid, in de bediening van 's Heeren heilig huis na zich sleept.

En noemt een moeder reeds de dienstbode ontrouw, die zij over haar kinderen had gezet, en die niet voor die kinderen streed; ja zou men een klokhen ontaard noemen, die haar kiekens in den klauw van

Sluiten