Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat de normale toestand steeds zijn moet, alle ding in kerkelijk verband en onder kerkelijke controle te hebben, lijdt geen twijfel, en wonderbaar zou de zegen zijn geweest, indien het had mogen gebeuren dat onze oudere broederen van voor een halve eeuw, dit hadden ingezien, in steê van het onkerkelijk element opzettelijk te bevorderen.

Daar schuilt het kwaad dus volstrekt niet in.

Waar we tegen opkomen is alleen maar het ongeestelijk overschatten van het ambt, alsof de vrijmacht Gods door het ambt zou gebonden zijn. En dat nu ontkennen we ten stelligste en ten sterkste. De Heere ziet altoos op zijn doeleinde. Daarvoor dient ook de ambtenaar als instrument. Werkt dus die ambtenaar het doel tegen, dan gebeurt van deze vier één: óf dat de Ileere hem sterven laat, óf dat de Heere hem laat afzetten, óf dat Hij het kwaad tot tuchtiging der gemeente opzettelijk voort laat woekeren, óf wel dat Hij er een buitengewoon instrument naast zet.

Ja, zelfs afgescheiden van dit zenden van buitengewone instrumenten, gelijk in de dagen der Hervorming en zoo dikwijls daarna, rust van Godswege de verplichting op alle leden der gemeente, om het verzuim der ambtenaren zooveel mogelijk onschadelijk te maken. Krachtens hun qualiteit van „priesters," die ze als geloovigen al te zaA.ni bezitten, dringt op hen het woord aan: „Al wat uwe hand vindt om te doen, doet dat met alle macht;" en het is dan ook in dien geest dat onze vaderen steeds als hun oordeel uitspraken: dat bij ontstentenis van ambtelijke dienstverrichting in het Woord, in de Sacramenten, in de gebeden en in de kerkregeering, raad moest geschaft door de gemeente zelve.

Men zij dus wel op zijn hoede, dat dit schadelijk clericalisme niet in de kerk van Christus insluipe.

Dat hoort thuis bij Rome, bij de Irvingianen en bij de Engelsche Ritualisten, maar kan noch mag geduld in een kerk die in de Schrift haar richtsnoer eert en niet maar Christelijk bruto, maar Christelijk netto wil wezen, d. i. Christelijk gezuiverd, gelouterd, gereformeerd.

Te meer leggen we hier nadruk op, overmits dit liefhebberen met het ambt, als clericaal monopolie, juist doordien het in Jezus' kerk het eigenlijke geestelijke ambt innerlijk uithoolt, ontaarden moet en steeds ontaard is in dor, doodelijk, doodend leyitimisme.

Onder dien term van leyitimisme verstaat men op staatkundig gebied, dat de maclit die legitiem, d. i. in wettelijken zin macht is, nooit mag worden tegengestaan. De beruchte stelling waarmeê Alva tegen Prins Willem optrad; de lievelingsstelling der Engelsche Stuarts; kortom de schriklijke leus waaronder heerschzucht, hofkabaal en hooge laagheid, eeuw in eeuw uit, de uitingen van de volksconsciëntie heeft pogen te smoren.

Reeds op dat andere, t. w. staatkundige terrein, kunnen noch mogen we die leus van het zondig legitimisme dus overnemen. Ook

Sluiten