Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

harmonie zou aanschouwen en de dag des Heeren aanstaande ware, zonder die glorie over ons te hebben doen opgaan; ja, al ware het (iets waar we toe neigen om het te gelooven), dat deze zondige bedeeling die heerlijke openbaring in beginsel tegenhoudt; en al dient niets zoo scherp en zonder sparen bestreden, als elke valsche schijn van eenheid die zich voordoet als ware ze die hoogere, goddelijke harmonie, terwijl ze feitelijk niets dan tiranniek geknutsel van organiseerende menschen is; — toch mag het ideaal nooit prijs gegeven en blijft in zooverre elk woord van Artikel 36 onzer Belijdenis onveranderlijk waar.

Ieder beseft en tast dat in zijn eigen hart, indien althans dat hart even diep voor den Christus leerde buigen, als het zich hoog in dank voor onze nationale glorie opheft.

Met name voor on9 Nederlanders geldt dit, die schier niet weten uit te maken, of hier te lande een staat in de kerk gegrond is, dan wel eerst de kerk gevestigd, zoodat eerst uit die kerk een staat is voortgekomen.

Politiek en kerkelijk leven, nationaal en geestelijk bestaan is in Nederland niet te scheiden.

Dit valsche dualisme stuit ons tegen de borst, omdat het één doorgaande krenking is van ons schitterend verleden en het bloed vertreedt dier martelaren, die tegelijk én voor de eere van Christus'kerk én voor de vrijheid van ons vaderland en van onze burgerij hun kostelijk bloed vergoten.

En uit dien hoofde nu en op dien grond behoort het klaar en duidelijk uitgesproken, dat de valsche lijdelijkheid der Irenischen op politiek en kerkelijk gebied, niet slechts tegen Gods Woord ingaat, den eisch van het gereformeerde kerkrecht miskent, en een afkeuring is van de Reformatie, maar, boven en behalve dien ook nog is een slag in het aangezicht van onze nationale existentie, een hoon, onzen vaderen aangedaan, en één doorloopende veroordeeling van onze bezielende historie.

Sterk verwonderen-kan ons dit niet.

Met name de Irenischen, de mannen van het stilzitten, hebben van jongs af hun geest gevoed met Duitsche boeken. Uit Duitsche boeken leerden ze hun philosophie, uit Duitsche boeken hun theologie, uit Duitsche boeken hun geschiedenis, zelfs uit Duitsche boeken meest hun denkbeelden over recht en burgerplicht.

Hun geest heeft daarom allengs en ongemerkt een ietwat Dnitschen plooi gekregen.

Niet hun hart.

Dat laat zich zoo spoedig niet omzetten. Want in hun hart bruist 't Neêrlandsch bloed, en in dat Neêrlandsch bloed ruischt nog de doffe toon van den bloedigen ernst, waarin dat bloed eens het bloed eener eigen nationaliteit is geworden.

Sluiten