Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat we bestreden in de irenische broeders, is veeleer het volstrekt gemis en de ontstentenis van deze ware ireniek, die zich allermeest verraadt in hun persoonlijke antipathieën en cöteriehandelingen, en niet minder in hun bitter vijandige houding tegenover de belijders van de onverminkte belijdenis hunner eigen kerk.

Of wil men, zij het dan aldus toegelicht, dat we in onze irenische vrienden niets anders afkeuren en veroordeelen dan die valsche en onschriftuurlijke en anti-gereformeerde ireniek, die door de kerk aller eeuwen in haar beste tolken steeds als zonde is gebrandmerkt en door onze vaderen als „moorderatie" der kerk en pseudo-irenisch én in den Sociniaan én in den Arminiaan is bestreden.

Geestelijk en psychologisch staan we hier, gelijk bij elk kwaad, voor niets dan een natuurlijke uiting van de zonde van ons natuurlijk hart.

Onze natuur in haar ontzonken en bedorven aard is op vrijheid tuk. Eigen heer en meester zijn. Wilkeur voor wet doen gelden. Kunnen doen en laten wat men wil. Zoo wil ons booze hart het. En het is die trek van het booze hart, die zich met onverwinlijken weerzin tegen eiken formulierband verzet. De kerk van Jezus wordt als geheel tot zwijgen gedoemd, opdat „het individu" zich in zijn eigen formuleering kunne behagen.

Dat ten eerste.

En dan ten andere, we zijn tot traagheid geneigd. Het niets-doen is ons liever dan het ons inspannen en vermoeien. Bovendien de ruste hebben we lief, en het zekere, en wat gemakkelijk is. Eén vogel in de hand is beter dan twee in de lucht. Geen oude schoenen wegdoen, eer men nieuwe heeft. En in wat andere spreekwoorden meer komt die trage neiging vooral van den Nederlandschen landaard niet aan het licht.

Verbeeld u zulk een drukte, zulk een beroering, zulk een onzekerheid, zulk een overgang, zulk een ontreddering als dat een tijdlang geven zou, indien men naar den wille Christi deed. Ach! van de vaderen, die goed en bloed otterden, met bezieling te spreken, sluit lang nog niet altoos in zich, dat men desnoods ook eigen goed, in den vorm van pastorie of traktement offeren kan.

Zoo ziet men, hoe én de banaelooze vrijheidszucht én het opzien tegen moeiten en gevaren, vanzelf deze irenische gedragslijn bepleiten komt, en, o, zoo overtuigend aanprijst, tot ten leste het dolend hart meêslipt.

Genezing daarentegen is alleen in het woord des Heeren: „Al wat uwe hand vindt om te doen, doet dat met alle kracht", en in dat andere: „Al wie godzaliglijk leven willen in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden."

Hulpe ter genezing ook in een ootmoedige gedraging dier andere broederen, aan wie de genade geschonken wierd om aan de irenische zuiging te ontkomen.

Sluiten