Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worsteling. Van Satans zij met het doel om ons uit onzen stand te verdringen, en van den kant des wedergeborenen, om zijn stand te behouden. En de zielskracht nu, waardoor het den kinderen Gods gelukt, in die worsteling ongedeerd te blijven en, welke macht ook op hen aandringe, te blijven staan waar ze stonden, geen duimbreed achterwaarts te wijken, en onwrikbaar den eens ingenomen stand te behouden, die zielskracht heet lijdzaamheid.

Op den klank van het Hollandsche woord afgaande, zou men dit niet vermoeden, wijl lijden thans bijna uitsluitend den zin heeft van smait doorstaan. Ioch behoeven we slechts aan uitdrukkingen als: „Die balk kan wat lijden", voor: „Er kan aan dien balk waf gehangen worden, eer hij doorbuigt", te herinneren, om te doen zien, dat oudtijds ook ons Hollandsch woord de beteekenis van „weerstand bieden toeliet. Zelfs nu nog bezigt ieder b. v. van een zeer rijk man, die een belangrijk verlies leed, een uitdrukking als deze: „Nu, hij kon ook een stoot lijden'", om daarmee te kennen te geven, dat hij, ondanks dat verlies toch zijn positie in de maatschappij wel zal kunnen ophouden. Of ook, liep een jaar de onkostenrekening wat hooger dan anders, maar waren tegelijk de inkomsten belangrijk, dan zegden ook wij nog: „Nu, dit jaar kun het lijden", d. w. z. de kas kan dit jaar dien aanval doorstaan zonder in het ongereede te raken.

Maar alle twijfel wordt ten deze opgeheven door het Grieksche de Apostelen en Evangelisten voor de aanduiding van deze deugd bezigden. Ze noemden haar CiTO/jLovij, afgeleid van CirouSéveti/, een woord dat letterlijk beteekent: blijven onder het verband waarin men geplaatst is; en vandaar: stand houden; op zijn post blijven, zich niet van zijn stuk laten brengen; of wil men, in weerwil van alle overmacht die ons weg wil duwen, blijven staan, waar we stonden.

Ook de zielskracht der lijdzaamheid moet dus verstaan worden in het beeld van het worstelperk, dat door de Apostelen gedurig op de positie van Christus' verlosten in deze wereld wordt toegepast. Zulk een worstelperk was in de gedachten- en levenswereld, waaruit de Apostelen hun taal kozen, vooral door den hoogen roep der Olympische spelen, de edelst bekende oefenplaats voor manneneer, zelfbedwang en betoon van kracht. In die wijd vermaarde spelen gekroond te zijn gold als de hoogste onderscheiding, die een Griek verwerven kon. Een veldheer achtte den krans, in zulk een worstelperk behaald, boven de lauweren op het slagveld gewonnen. Koningen spanden zich jaar op jaar in om aan de kroon der Olympische spelen meerderen luister voor de kroon van hun vorstelijk gezag te ontleenen. En zóó diep zat den Griek van alle stammen de eerbied voor dit heilig worstelperk in het bloed, dat heel het volk zijn arbeid varen liet en in gansche scharen naar het veld van glorie optoog, als weêr die worsteling van mannenkracht en manneneer aanging.

Dit moet men weten, om den gloed en de bezieling in te drinken,

Sluiten