Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

druk der worsteling de kracht om stand te houden, d. i. den aanval te kunnen lijden (lijdzaamheid); dat stand houden het bewustzijn van kracht (bevinding); en wordt door dat zelfvertrouwen bij elke nieuwe worsteling de hoop vermeerderd, d. i. de hoop van voor niemand te zullen onderliggen en ten slotte als overwinnaar te worden gekroond.

Geheel hetzelfde wat onze Heere korter in deze woorden samenvatte: Bezit uw zielen in uwe lijdzaamheid!

Wie pas het worstelperk intrad en nog den eersten kamp bestaan moet, die kent zijn kracht nog niet; die bezit zijn ziele niet; die is zichzelf geen meester; en voelt zich inwendig door de onzekerheid van den afloop gejaagd. Maar laat nu die nieuweling in den edelen kamp straks arm om arm, lijf tegen lijf, met zijn wederpartijder, zich buigen en wringen, zich krommen en weêr oprichten, en ondanks al de inspanning van zijn tegenstander, recht op zijn voeten blijven staan, zijn stand behouden en dapperlijk worstelend toonen voor aller oog, dat hij dien aanval best lijden kan; dat er daartoe lijdzaamheid te over in hem is: zie, dan leert hij in dat worstelen zijn kracht, in dat kampen zijn bezit kennen, en dan is het juist in dat standvastig volharden, in dat standhouden, in die lijdzaamheid, dat hij zijn ziel, d. i. het bezit van haar krachten en vermogens, ontdekt.

IV.

ZACHTMOEDIGHEID.

Zie, gij hebt de verdraagzaamheid van Job gehoord Jac. 5 : 11.

Het maakt bij den eersten oogopslag een vreemden indruk, dat alleen het Nieuwe Testament van „lijdzaamheid" spreekt en in geen der schriften van het Oude Verbond van „lijdzaamheid" gerept wordt. De begenadigden onder het Oude Verbond hadden toch ook gestreden; waren toch met de verlosten des Nieuwen Verbonds een even heilig geloof deelachtig geworden; en zagen met ons uit op de belofte van een zelfde glorie. Hoe het dan verklaard, dat te hunnen opzichte van de zielskracht der „lijdzaamheid" nergens melding geschiedt; dat ze door psalmist noch profeet tot de beoefening van deze deugd zijn aangemaand ; en dat de eenige godvruchtige der oude bedeeling, wiens lijdzaamheid in het Nieuwe Testament geroemd wordt, niet in Palestina, maar in Arabië thuis hoort, en den naam draagt, niet van Mozes of Jesaia, maar van Job?

Dit nu hangt samen met de geheel uiteenloopende roeping, die van

Sluiten