Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grieving van die liefde voor het eeuwig en volzalig Wezen zijn af te brengen. Ja, het pit en het merg der waarachtige lijdzaamheid schuilt juist in het mysterie der liefde, waardoor in het „brooze" heldenmoed vaart en het anders „gekrookte riet" zich den kop door geen overmacht van den stormwind, hoe fel ook, laat buigen.

Eindelijk, door lijdzaamheid blijven we in het heerlijk bezit „der hope," in den zin van wat Paulus in zijn dagen naar Rome schreef: „Opdat wij door lijdzaamheid en vertroosting der Schrift hope hebben zouden." Ook die kostelijke parel toch uit het drievoudig snoer van Jezus' discipelen, ook die hope, d. i. niet „zeker uitzicht", maar de vaste verzekerdheid, het onderpand, het handschrift dat ze van hun eeuwige erfenisse in de ziel dragen, wil de vijand Gods en der menschen hun door benauwdheid en smading ontrooven. Die hope kleeft hun onlosmakelijk aan, maar Satan wil ze hun aftrekken. Ze is het venster, die hope, waardoor we uit onze banden en onze donkerheid zoo heerlijk in het licht van den eeuwigen morgen gluren, en dat venster wil Satan door het lijden dat hij over ons brengt, eerst omfloersen, dan toesluiten, ten laatste dichtmetselen. Maar al om niet. Bij wie van Jezus zijn, faalt ook die toeleg, want de lijdzaamheid is hun de heilige schutsengel, die altijd weèr dat floers opzij schuift, die luiken openstoot, ja door die steenen heenboort.

Zoo hangt dan de lijdzaamheid niet slechts in haar oorsprong met Jezus saam, maar vindt ze in dien eenig Geliefde ook haar einddoel, want indien er geen toekomst van Jezus te wachten was, zou er geen lijdzaamheid bestaan.

Wat we nu reeds in de ziel ontvingen en bij die toekomst ons als erfenis geworden zal, zijn twee stukken, die samen één geheel vormen. Hier ontvangen we „het zaad Gods" in de ziel (1 Joh. 3 : 10), daar zullen we overgoten worden met de stroomen van heerlijkheid, die bij dat „zaad Gods" hooren. En het staat met deze beide zóó, dat wie het eene heeft, ook van het andere zeker kan zijn. Ze laten zich niet scheiden. Jezus' komst door kribbe en kruis laat zich dan geen oogenblik denken zonder zijn wederkomst op de wolken. Het laatste is de onmisbare aanvulling van het eerste. Zonder die toekomst zou aan het Goddelijk drama het sluittafereel, de alles verzoenende ontknooping, de ontsluiting van de diepste mysteriën ontbreken. En veilig mag gezegd dat een Christelijk geloof, dat het met kribbe en kruis af kan en dies geen dorst gevoelt naar de heerlijkheid van zijn toekomst, noch gezond is noch apostolisch noch waar.

Een Christen is niet de onredelijke dweper waarvoor men hem aanziet, en met de machtelooze aspiraties van hen die voor een ongrijpbaar ideaal zich opofferen, heeft zijn lijdzaamheid niets gemeen.

Hij weet wel terdeeg dat hij niet voor het lijden, maar voor het geluk geschapen is. Hij weet het uitnemend goed, dat lijden onnatuurlijk is en „heerlijkheid" eens menschen deel moest zijn. En diep

Sluiten