Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons moeten bezig houden zoo lange tot dat ons harte binnen in ons als smelte.

b. Onze tijdelijke bezigheden moeten wij al vroeg opschorten, om daardoor in de plichten van ons godsdienstig vasten niet gehindert te worden, Lev. 23 : 28.

c. Wij moeten ons bevlijtigen, om behoorlijk geschikt te zijn tot de plichten, die op den vastendag zeiven te verrichten zijn, om die hartelijk en aandachtig te verrichten, 1 Kon. 8 : 33.

d. Alle vertrouwen op eenigerhande andere middelen hebben wij afteleggen, en hetzelve te stellen allenelyk op Gods barmhartigheit en almacht, 2 Chron. 16 : 9, Psalm 71 : 16."

Over de plichten van het vasten zelf merkt hij op, dat ze moeten bestaan:

„o. In eene verootmoediging van ons zeiven voor God, van wegen onze zonden en Godts oordeelen, die daaruit ontstaan, Joel 2 : 13, Jerem. 31 : 19, Ezra 8 : 21. Deze verootmoediging betreft deels het lichaam, en gebiedt (1) de onthoudinge van alle lichamelyke vermakelykheden, die ander/.ins niet ongeoorlooft zvn, Joël 2 : 16, Jes. 58 : 3.

Insgelyx (2) de onthoudinge van alle spyze en van allen drank. Voor zooverre te weten, wij zonder nadeel van onze gezontheit vermogen, Ezra 10 : 16. Wijders eene onthoudinge van alle kleder-opschik en pracht; overmits die geenzins gevoegelyk is voor eene verootmoediginge, Jes. 22 : 12, deels ook en wel voomainelyk betreft deze verootmoediging de ziel; door eene diepe droef heit over de zonden en over Godts Oordeel-gerichten die uit dezelve ontstaan, Joël 2 : 13, Psalm 51 : 19.

b. In eene verzoening met Godt te maken over onze zonden, die de Goddelijke Oordeel-gerichten over ons verwekt hebben; door welke Zoenmaking met Godt wy (1) deze onze zonden erkennen, en verfoeien en ons zeiven deswegens veroordelen, Dan. 9 : 5, 1 Cor. 11 : 31, en (2) dezelve oprechtelyk belyden, Ezra 9 : 7, Nehem. 9:5 en 33; (3) vernieuwen door het gelove onze vriendschap met den gezegenden Middelaar, den Here Jezus, Dan. 9 : 17, Kom. 3 : 25; (4) door heilige Geloften ons verbinden tot het verlaten van de zonden, en tot het betrachten van deugden, Jes. 58 : 6, Psalm 66 : 13 en 14. Dit Godsdienstig vasten moet ook bestaan

c. In ene aanroepinge van den name des Heren; gelyk daarom zo een vastendag genoemt wort een Bede-dag, zie Joël 2 : 17, Ezra 8 : 21, 1 Kon. 8 : 33. Ook

d. In ene verbonds-vernieuwinge met Godt, 2 Kon. 23 : 2, 2 Chron. 15 : 12—16."

En eindelijk, over de nabetrachting van het vasten schrijft hij:

„De plichten van zulk een godsdienstig vasten betreffen ten derde de gevolgen of aanhangsels van het vasten, in welke de eerste plaatse

Sluiten