Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Paula stond op van haar stoeltje in de studeerkamer van haar man. Ze had er met hem koffie gedronken, zooals ze dat gewoon waren sinds jaren, na den eten. Hij had intusschen wat zitten bladeren in een oud manuscript, een bijna vergeten stuk werk uit een portefeuille met half voltooide of afgekeurde opstellen, die hij toevallig weer in handen gekregen had. Nu en dan hadden ze een woord gewisseld. Zij had zich verveeld.

„Kom, ik ga 's naar Louise. Ik moet haar kindje eens zien," zeide zij, trad op hem toe, en gaf hem een tikje tegen de wang.

„Blijf je lang uit?" vroeg hij, op eens geheel aandacht.

Ze lachte even. Ze wist dat hij haar vooral 's avonds moeilijk missen kon.

„O, nee, een oogenblik. Ik ben terug vóór de thee; maak je maar niet ongerust. Daag!"

„Goed, goed, tot straks!"

HEILIGE BANDEN. 1

Sluiten