Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuiven der lade een briefje er uit laten vallen, 't Had tusschen tafel en lade beklemd gezeten.

Hij raapte 't op. 't Was in elkaar gevouwen, en hij opende het, als ongedachtig, 't Was een oude brief, reeds geel geworden.

De inhoud boeide hem onmiddellijk op onweerstaanbare wijze. Hij zette zich weer op de stoel voor 't bureautje, boog zich voorover, en steunde het

hoofd op éen arm.

't Papier ontgleed aan zijn vingers, en viel op de

grond.

Wat stond er eigenlijk? 't Schemerde hem voor de oogen en hij beefde. Zenuwachtig bukte hij zich, en hervatte de lektuur, ontdaan, een ander mensch

dan te voren.

Dan liet hij 't vóór zich vallen, boog geheel voorover, de beide handen krampachtig aan 't hoofd gedrukt.

„Mijn God, mijn God!" kermde hij.

Hij was geen man van hevige gemoedsuitingen. Zijn zielsleven was tot dusverre zoo kalm, zoo vredig en ongestoord geweest; en al wat daar in zijn binnenste omging kwam zoo zelden aan de oppervlakte. In zijn oogenblikken van hoogste intimiteit bleef hij schijnbaar onbewogen. Toch was zijn gevoeligheid groot, zijn ontvankelijkheid voor indrukken fijn ontwikkeld. Wat anderen koud liet deed hem vaak pijn-

Sluiten