Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk aan, wat anderen onverschillig voorbijgingen was hem dikwijls genot. Hij voelde diep, al uitte hij weinig. Vereering was daarom bij hem verafgoding, liefde aanbidding. Zijn liefde voor Paula was hem heiliger dan het heiligste, samenhangend en innig verbonden met de edelste aandoeningen zijner ziel, neen, éen daarmee, 't Geloof in haar was 't geloof in 't schoone en reine. Al was hij 't zich niet volkomen bewust, hij had de dichter kunnen nazeggen:

Ton nom est ma prière de la nuit et du jour!

Paula was wat wuft, wat lichtzinnig, wat dol soms,

goed, maar ze was immers rein als een engel,

de belichaming van wat aanbiddelijk is in een vrouw. En die overtuiging had hem gelukkig gemaakt, nu dertien jaren lang, was zijn kracht geweest en zijn trots...

Hij zag ze thans voor zich, die dertien jaren van slechts kort gestoorde levensvreugde, al de herinneringen doorliepen zijn geest als een verbijsterende fantasmagorie, scherp omlijnd en voorbij snellend als een koortsdroom. Hij doorleefde nog eens al die onvergetelijke gebeurtenissen van zijn huwelijksleven, van 't oogenblik dat hij Paula zijn eerste kus gaf. tot nu. En 't was of thans de reeks afsloot; en 't slottafereel der afgerolde jaren week en week terug in zijn voorstellingsvermogen met wondere snelheid.

Sluiten