Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij stond op.

„Zeg, kindje," zei hij vriendelijk tot Didi: „Ik moet noodzakelijk uit."

Didi sloeg groote, vragende kijkers op.

„Hè!" antwoordde ze spijtig. „Ga je nu weg?"

„Ik moet wel. Ga maar beneden bij moeder zitten, of wil je hier blijven?"

„Hè ja, een uurtje, en wachten tot je terugkomt."

Ouder gewoonte kwam Larsen zijn dochtertje iederen avond, voordat zij slapen ging „nog 's goeie nacht zeggen". Dat wil zeggen dat hij eenige minuten met het kind babbelde, soms een kwartier lang. 't Kind was er zóo aan gewend, dat ze 't bedpraatje als een recht beschouwde.

„Over een uur ben ik nog niet terug. Ga maar rustig slapen, als 't je tijd is. Ik zal je nu maar goeie nacht zeggen. Nacht, lieveling." En hij kuste haar hartelijk en innig.

„Kom je van-avond niet aan mijn bed?" vroeg Didi schroomvallig.

„Dat zal niet gaan, vrees ik.- 't Zal wel laat worden "

„Mag ik dan opblijven?"

De dringend vleiende toon van 't verzoek klonk hem thans zoo pijnlijk. Welk een kinderlijke teederheid sprak er uit, en hoe smartelijk leek hem die

Sluiten